ECLI:NL:GHLEE:2010:BN2902
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Mollema
- Kuiper
- Overtoom
- Rechtspraak.nl
Beëindiging huurovereenkomst bedrijfsruimte met wederzijds goedvinden en proceskostenveroordeling
In deze zaak stond de beëindiging van een huurovereenkomst van een bedrijfsruimte centraal. Appellanten hadden de huur opgezegd en het pand eind februari 2007 verlaten, terwijl geïntimeerde stelde dat de huurovereenkomst op basis van duurzaam eigen gebruik was geëindigd. Appellanten vorderden schadevergoeding wegens het ontbreken van die wil tot eigen gebruik.
De kantonrechter wees de vordering van appellanten af en veroordeelde hen in de proceskosten. Appellanten gingen in hoger beroep en stelden drie grieven in, onder meer tegen de beëindigingsdatum van de huurovereenkomst en de proceskostenveroordeling.
Het hof oordeelde dat de huurovereenkomst inderdaad per eind februari 2007 was beëindigd met wederzijds goedvinden, gelet op het inleveren van de sleutels en de brief van appellanten. De stelling van asbest in het pand werd niet bewezen. De grieven tegen de beëindiging faalden. Wel werd de proceskostenveroordeling aangepast: het salaris van de gemachtigde in eerste aanleg werd verlaagd van €1.400 naar €1.200.
Het arrest vernietigt het vonnis van de kantonrechter slechts voor zover het de hoogte van de proceskostenveroordeling betreft en bekrachtigt het verder. Appellanten worden veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: De huurovereenkomst is per eind februari 2007 met wederzijds goedvinden beëindigd en de proceskostenveroordeling is verlaagd naar €1.200.