ECLI:NL:GHLEE:2010:BN3281
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Verschuur
- Breemhaar
- Makkinga
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake eigendom en verdeling nalatenschap en samenlevingscontract met verblijvensbeding
In deze civiele zaak staat de afwikkeling van een nalatenschap centraal, waarbij appellanten als erfgenamen en geïntimeerde als samenwonende partij met verblijvensbeding in een samenlevingscontract tegenover elkaar staan.
Het geschil betreft onder meer de eigendom van het zeiljacht Breehorn, diverse persoonlijke goederen die niet tot de inboedel behoren, en financiële vorderingen waaronder schadevergoeding en onverschuldigde betaling. Het hof oordeelt dat de eigendom van de Breehorn uitsluitend aan de erfgenamen toekomt, ondanks dat het koopcontract mede op naam van geïntimeerde stond. Diverse persoonlijke goederen worden als privé-eigendom van de overledene aangemerkt, terwijl andere goederen eigendom van geïntimeerde zijn op grond van het samenlevingscontract.
Daarnaast wijst het hof vorderingen van geïntimeerde af wegens onvoldoende onderbouwing, bevestigt het de bevoegdheid van de burgerlijke rechter ondanks het bindend adviesbeding in het samenlevingscontract, en wijst het bewijsaanbod toe voor nader onderzoek naar waardevermindering van bepaalde goederen.
Het hof vernietigt eerdere vonnissen en bepaalt onder meer dat geïntimeerde binnen twee weken het zeiljacht moet afgeven aan de erfgenamen, met dwangsommen bij niet-naleving, en veroordeelt tot betaling van diverse schadevergoedingen en rente.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat de Breehorn eigendom is van de erfgenamen, veroordeelt geïntimeerde tot afgifte en betaling van schadevergoeding, en wijst diverse vorderingen toe met dwangsommen bij niet-naleving.