ECLI:NL:GHLEE:2010:BN4703

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
19 augustus 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.070.953
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Melssen
  • Bosch
  • Groot
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 360 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek tot schorsing van uitvoerbaarheid bij voorraad in familierechtelijke beschikking

In deze zaak verzocht de man bij het gerechtshof Leeuwarden om de beschikking van de rechtbank Assen, uitvoerbaar bij voorraad verklaard, te schorsen. Hij voerde aan dat de beschikking klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berustte en dat tenuitvoerlegging bij hem een noodtoestand zou veroorzaken.

Het hof overwoog dat de meeste grieven van de man niet zagen op feitelijke onjuistheden, maar op interpretaties en waarderingen van de rechtbank. Een mogelijke foutieve vaststelling met betrekking tot de schoolwijziging van het kind werd niet als zwaarwegend genoeg beoordeeld om schorsing te rechtvaardigen. Ook toekomstige verwachtingen konden het verzoek niet ondersteunen.

Daarom concludeerde het hof dat geen sprake was van misbruik van bevoegdheid tot tenuitvoerlegging en dat het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad moest worden afgewezen. De beslissing werd op 19 augustus 2010 uitgesproken.

Uitkomst: Het verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de beschikking van de rechtbank Assen wordt afgewezen.

Uitspraak

Beschikking d.d. 19 augustus 2010
Zaaknummer 200.070.953
HET GERECHTSHOF LEEUWARDEN
Beschikking in het incident inzake de schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats],
verzoeker in het incident tot schorsing
hierna te noemen: de man,
advocaat mr. A. Jeulink, kantoorhoudende te Leeuwarden,
tegen
[geïntimeerde],
voorheen wonende te [plaats], thans te [woonplaats],
verweerster in het incident tot schorsing,
hierna te noemen: de vrouw,
advocaat mr. D. Regts, kantoorhoudende te 's-Gravenhage.
Het geding in eerste aanleg
Het hof verwijst naar de - uitvoerbaar bij voorraad verklaarde - beschikking van de rechtbank Assen van 14 juli 2010, partijen voldoende bekend.
Het geding in hoger beroep
De man heeft bij beroepschrift, binnengekomen bij de griffie op 23 juli 2010, verzocht de bovengenoemde beschikking te vernietigen en opnieuw rechtdoende te beslissen zoals in het petitum van dat beroepschrift is weergegeven, welk petitum als hier herhaald en ingelast geldt. Die zaak is bij het hof bekend onder zaaknummer 200.070.957.
Tevens heeft hij daarbij een verzoek gedaan de uitvoerbaarheid bij voorraad van die (bestreden) beschikking te schorsen (zaaknummer 200.070.953).
Van de vrouw is geen verweerschrift binnengekomen bij de griffie.
Het hof heeft voorts kennisgenomen van de overige stukken, waaronder een faxbericht van mr. Jeulink van 30 juli 2010 en een faxbericht van mr. Regts van
11 augustus 2010.
Ter zitting van 13 augustus 2010 is de zaak (uitsluitend ten aanzien van het incident) behandeld. Verschenen zijn de man en mr. R.H. Hulshof, vervangende mr. Jeulink, en de vrouw en haar advocaat.
De beoordeling
Het wettelijke kader
1. Bij de beoordeling van een verzoek tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad op grond van artikel 360, lid 2, Rv geldt als uitgangspunt de bevoegdheid van de verzoeker om tot tenuitvoerlegging van de beschikking over te gaan; het hof zal slechts tot schorsing van de tenuitvoerlegging beslissen als aannemelijk is dat de verzoeker misbruik maakt van deze bevoegdheid. Dit zal het geval kunnen zijn indien de te executeren beschikking klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust of indien de executie op grond van na deze beschikking voorgevallen of aan het licht gekomen feiten klaarblijkelijk aan de zijde van de geëxecuteerde een noodtoestand zal doen ontstaan, waardoor een onverwijlde tenuitvoerlegging niet kan worden aanvaard. Daarbij hoort de kans van slagen van het aangewende rechtsmiddel buiten beschouwing te blijven.
2. De man heeft in zijn verzoekschrift aangevoerd dat de bestreden beschikking van de rechtbank Assen klaarblijkelijk op een juridische of feitelijke misslag berust.
Ter zitting heeft hij nog aangevoerd dat bij hem een noodtoestand zal ontstaan bij de tenuitvoerlegging van de bestreden beschikking.
3. In hetgeen de man schriftelijk en mondeling ter zitting heeft aangevoerd ziet het hof geen gronden die kunnen leiden tot een schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad, gelet op het in rechtsoverweging 1 genoemde criterium.
4. De grieven, die de man tegen de beschikking naar voren heeft gebracht, hebben voor het merendeel geen betrekking op een verkeerde vaststelling van de feiten door de rechtbank, maar betreffen een interpretatie en/of waardering van de overwegingen van de rechtbank door de man.
Voor zover er mogelijk van een foutieve vaststelling van feiten sprake mocht zijn - dit zou het geval kunnen zijn ten aanzien van de vaststelling door de rechtbank dat [het kind] van school zou moeten veranderen wanneer hij zijn hoofdverblijf bij de man zou krijgen - betreft dat naar het oordeel van het hof geen feiten die voor de beslissing van de rechtbank van dusdanig zwaar gewicht zijn geweest dat de eventuele onjuiste vaststelling ervan tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de bestreden beschikking zou moeten leiden.
Daarnaast blijkt dat de man zich baseert op toekomstige verwachtingen, die evenmin kunnen leiden tot inwilliging van het verzoek van de man.
Slotsom
5. Gelet op het vorenstaande zal het verzoek worden afgewezen.
De beslissing
Het gerechtshof:
wijst af het verzoek van de man tot schorsing van de uitvoerbaarheid bij voorraad van de beschikking van de rechtbank Assen van 14 juli 2010.
Aldus gegeven door mrs. Melssen, voorzitter, Bosch en Groot raden, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van dit hof van donderdag 19 augustus 2010 in bijzijn van de griffier.