ECLI:NL:GHLEE:2010:BN5083

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
25 augustus 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-001387-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 63 SrArt. 310 Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling diefstal damesfiets tot gevangenisstraf van één week

Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in Groningen, waarin verdachte was veroordeeld voor diefstal. Verdachte werd ervan beschuldigd op of omstreeks 11 september 2008 een damesfiets te hebben weggenomen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening.

Het hof achtte bewezen dat verdachte de fiets, die aan een ander toebehoorde, heeft gestolen. Verdachte werd strafbaar verklaard voor diefstal, waarbij het hof geen bewijs vond voor andere of zwaardere tenlasteleggingen. Bij de strafoplegging hield het hof rekening met het justitieel documentatieregister waaruit bleek dat verdachte in het verleden meerdere soortgelijke veroordelingen had.

Daarnaast nam het hof de persoonlijke omstandigheden van verdachte mee, waaronder zijn contact met verslavingszorg, het streven naar begeleid wonen, het ontbreken van een eigen woning en het gebruik van daklozenopvang. Gezien deze factoren achtte het hof een gevangenisstraf van één week passend en geboden.

Het hof vernietigde het eerdere vonnis, verklaarde het ten laste gelegde bewezen en strafbaar, sprak verdachte vrij van overige tenlasteleggingen en bepaalde dat de eerder door verdachte in verzekering doorgebrachte tijd in mindering wordt gebracht op de straf.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van één week wegens diefstal van een damesfiets.

Uitspraak

Parketnummer: 24-001387-09
Parketnummer eerste aanleg: 18-654673-08
Arrest van 25 augustus 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 29 mei 2009 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1969] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. U.R. Slangenberg, advocaat te Winschoten.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 week.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 11 september 2008, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aan of nabij het [straat] staande damesfiets (merk Altra), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte.
Bewezenverklaring
Het hof acht bewezen dat:
hij op 11 september 2008, in de gemeente [gemeente], met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een aan het [straat] staande damesfiets (merk Altra), toebehorende aan [slachtoffer].
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
diefstal.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich op 11 september 2008 schuldig gemaakt aan diefstal van een damesfiets, welke aan het [straat] in [plaats] stond en aan [slachtoffer] toebehoorde. Hiermee heeft verdachte inbreuk gemaakt op de eigendomsrechten van die [slachtoffer].
Het hof houdt bij de strafoplegging rekening met een verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 26 mei 2010, waaruit blijkt dat verdachte in het verleden veelvuldig veroordeeld is voor soortgelijke feiten.
Het hof houdt bij de strafoplegging eveneens rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals daarvan ter terechtzitting van het hof is gebleken. De raadsman heeft te kennen gegeven dat verdachte contact heeft met verslavingszorg en dat er naar gestreefd wordt dat verdachte in de toekomst begeleid kan gaan wonen. Voorts is gebleken dat verdachte geen woning meer heeft en hij gebruik maakt van de daklozenopvang.
Gelet op het voorgaande, in onderling verband en samenhang bezien, acht het hof een gevangenisstraf van na te melden omvang passend en geboden.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 63 en 310 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot een gevangenisstraf voor de duur van één week;
beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Greve, voorzitter, mr. H.J. Deuring en mr. J.H. Bosch, in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman als griffier.