ECLI:NL:GHLEE:2010:BN5776

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
1 september 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-003368-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 361 SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens ontbreken van bewezen opzet bij poging tot zware mishandeling

Het gerechtshof Leeuwarden heeft op 1 september 2010 het vonnis van de rechtbank Groningen vernietigd en verdachte vrijgesproken van de primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling en subsidiair ten laste gelegde mishandeling. Het hof achtte niet bewezen dat verdachte opzettelijk verwondingen of zwaar lichamelijk letsel aan de aangevers heeft toegebracht.

De feiten betreffen een incident in de nacht van 11 op 12 juli 2009 waarbij verdachte werd aangevallen door twee broers en een vriend, waarna verdachte een mes uit zijn rugzak haalde. Hoewel verdachte mogelijk met het mes heeft gedreigd, is niet bewezen dat hij stekende of zwaaiende bewegingen heeft gemaakt richting de belagers. De aangevers en getuigen konden niet verklaren hoe zij gewond raakten.

Het hof concludeerde dat verdachte het mes gebruikte om zich te verdedigen en zijn belagers af te schrikken, zonder opzet om letsel toe te brengen. De vorderingen tot tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straffen werden afgewezen en de benadeelde partij werd niet-ontvankelijk verklaard in haar schadevordering. Het hof veroordeelde de benadeelde partij tot de proceskosten.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot zware mishandeling en mishandeling wegens ontbreken van bewezen opzet.

Uitspraak

Parketnummer: 24-003368-09
Parketnummers eerste aanleg: 18-640820-09, 18-501297-08 (tul) en 18-641019-06 (tul)
Arrest van 1 september 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 18 december 2009 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1992] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. Th. Pluijter, advocaat te Groningen.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot straffen en beslist op de vorderingen tenuitvoerlegging en voorts op de vordering van de benadeelde partij, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen in hoger beroep van 14 juli 2010 en 18 augustus 2010, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het aan verdachte primair ten laste gelegde zal bewezen verklaren en verdachte zal ontslaan van alle rechtsvervolging. Voorts heeft de advocaat-generaal gevorderd dat het hof de vorderingen tenuitvoerlegging alsmede de vordering van de benadeelde partij zal afwijzen.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is - na wijziging ter terechtzitting in eerste aanleg - ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 12 juli 2009, te [plaats], ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan (een) perso(o)n(en) genaamd [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet een mes ter hand heeft genomen en/of daarmee zwaaiende en/of stekende bewegingen heeft gemaakt in de richting van die [benadeelde 1] en/of die [benadeelde 2] en/of [benadeelde 1] in de rechterschouder, althans in het (boven)lichaam en/of [benadeelde 2] in de balzak, althans in het (onder)lichaam heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
althans, indien ter zake van het vorenstaande geen veroordeling mocht volgen, dat
hij op of omstreeks 12 juli 2009, te [plaats], opzettelijk mishandelend (een) perso(o)n(en), te weten [benadeelde 1] en/of [benadeelde 2], met een mes, heeft gestoken en/of gesneden en/of getroffen, waardoor deze letsel heeft/hebben bekomen en/of pijn heeft/hebben ondervonden.
Vrijspraak
Het hof acht - na het horen van vijf getuigen ter zitting - niet bewezen hetgeen primair en subsidiair aan verdachte is ten laste gelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.
Daartoe overweegt het hof het volgende.
Verdachte is in de nacht van 11 juli 2009 op 12 juli 2009 - na een korte woordenwisseling waarin de negatieve toon door een discriminerende opmerking richting verdachte door [benadeelde 1] gezet was - agressief bejegend door de twee broers [benadeelde 1 en 3] en hun vriend [benadeelde 2]. Verdachte heeft toen hij al doende was zich aan het conflict te onttrekken een mes uit zijn rugzak gepakt en voor zich gehouden. Desondanks zijn de broers [benadeelde 1 en 3] en [benadeelde 2] in een doldrieste aanval op verdachte ingelopen. Volgens [benadeelde 3] om hem "aan te pakken". Dat verdachte stekende of zwaaiende bewegingen met het mes in de richting van zijn belagers heeft gemaakt is onvoldoende vast komen te staan.
[benadeelde 1] en [benadeelde 2] zijn als gevolg hiervan beide door het mes geraakt en hebben daarbij (lichte) verwondingen opgelopen. Beide slachtoffers wisten na afloop niet hoe of op welk moment zij met het mes in aanraking zijn gekomen. Getuigen konden hier evenmin over verklaren. Wel is door alle drie genoemde personen erkend dat zij voorafgaande aan het incident allen een (behoorlijke) hoeveelheid alcoholische drank hadden genuttigd. Door hun handelen hebben de slachtoffers kennelijk een verwonding voor lief genomen.
Op grond van bovengenoemde omstandigheden acht het hof niet bewezen dat verdachte opzet heeft gehad, ook niet in voorwaardelijke zin, op het toebrengen van verwondingen en/of zwaar lichamelijk letsel bij aangevers [benadeelde 1] en [benadeelde 2]. Naar oordeel van het hof is in dit geval aannemelijk geworden dat verdachte met het mes heeft gedreigd, met de kennelijke bedoeling om zijn belagers af te schrikken, hetgeen hem niet mocht baten.
Op grond van het voorgaande acht het hof niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte primair en subsidiair is tenlastegelegd, zodat hij daarvan moet worden vrijgesproken.
Vordering tenuitvoerlegging 18/641019-06
Bij vonnis van de rechtbank Groningen d.d. 26 april 2007 is verdachte veroordeeld tot (onder meer) een jeugddetentie voor de duur van 150 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voormeld vonnis is op 11 mei 2007 onherroepelijk geworden. De proeftijd is ingegaan op 11 mei 2007. De officier van justitie heeft op 9 november 2009 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde jeugddetentie.
Nu verdachte ter zake van de aan hem primair en subsidiair ten laste gelegde feiten niet zal worden veroordeeld, zal het hof de vordering van de officier van justitie afwijzen.
Vordering tenuitvoerlegging 18/501297-08
Bij vonnis van de kantonrechter in de rechtbank Groningen d.d. 14 juli 2008 is verdachte veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 60 uren voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Voormeld vonnis is op 14 juli 2008 onherroepelijk geworden. De proeftijd is ingegaan op 29 juli 2008. De officier van justitie heeft op 9 november 2009 gevorderd dat last zal worden gegeven tot tenuitvoerlegging van voormelde werkstraf.
Nu verdachte ter zake van de primair en subsidiair ten laste gelegde feiten niet zal worden veroordeeld, zal het hof de vordering van de officier van justitie afwijzen.
Benadeelde partij
Uit het onderzoek ter terechtzitting van het hof is gebleken, dat de benadeelde partij [benadeelde 2] zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd, dat zijn vordering in eerste aanleg niet ontvankelijk is verklaard en dat hij zich in hoger beroep opnieuw heeft gevoegd op 15 april 2010, doch ter zitting van het hof zijn vordering heeft beperkt tot de eigen bijdrage voor de ambulance (€ 155,00). Derhalve duurt de voeging ter zake van zijn in eerste aanleg gedane vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep in zoverre voort.
Nu aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd, terwijl evenmin artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht wordt toegepast, dient de benadeelde partij, gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering, in haar vordering niet-ontvankelijk te worden verklaard, met veroordeling van de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte primair en subsidiair ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;
wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de jeugddetentie de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de meervoudige kamer te Groningen van 26 april 2007 (onder parketnummer 18-641019-06);
wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de werkstraf de veroordeelde voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de kantonrechter te Groningen van 14 juli 2008 (onder parketnummer 18-501297-08);
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering;
veroordeelt de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. J.H. Bosch, voorzitter, mr. H.J. Deuring en mr. A.J. Rietveld, in tegenwoordigheid van A.L.H. Wilkens als griffier.