ECLI:NL:GHLEE:2010:BN6430
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Zandbergen
- Wind
- Van Rijssen
- Rechtspraak.nl
Belang bij veroordeling tot betaling van een dwangsom in hoofdprocedure naast eerdere veroordeling
Partijen zijn overeengekomen dat appellant zijn aandeel in een perceel bos vrij van schulden en fiscale claims aan geïntimeerde zou overdragen. Appellant werd bij vonnis veroordeeld tot nakoming van deze verplichting en later op straffe van een dwangsom om tijdig medewerking te verlenen aan de overdracht via een notaris in Estland.
De levering vond uiteindelijk plaats na de gestelde termijn, waarna geïntimeerde een tweede veroordeling tot betaling van een dwangsom vorderde. Het hof stelt vast dat geïntimeerde al beschikte over een executoriale titel en dat de tweede procedure dient om zekerheid te verkrijgen over de verbeurde dwangsommen alvorens tot executiemaatregelen wordt overgegaan.
Het hof oordeelt dat de vertraging in de levering aan appellant moet worden toegerekend, mede vanwege de keuze voor een Estse advocaat met ontoereikende kennis. De grieven van appellant falen omdat van een redelijk bekwaam advocaat mag worden verwacht dat hij tijdig en deugdelijk adviseert over benodigde bescheiden.
Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant in de kosten van het geding in beide instanties. Er is geen sprake van een resultaatsverplichting of persoonlijk verwijt aan appellant, noch van tekortkoming van de Estse notaris die relevant is voor de risicoafweging.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellant tot betaling van dwangsommen en proceskosten.