ECLI:NL:GHLEE:2010:BN7455
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Bosch
- Rowel-van der Linde
- De Ruijter
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep omgangsregeling tussen moeder en minderjarige kinderen bij gezamenlijk gezag
De moeder heeft bij de rechtbank Zwolle-Lelystad verzocht om een omgangsregeling met haar minderjarige kinderen, welke door de rechtbank op 23 september 2009 is afgewezen. In hoger beroep heeft de moeder verzocht deze beschikking te vernietigen en alsnog een omgangsregeling vast te stellen. De vader heeft geen verweerschrift ingediend.
De kinderen verblijven bij de vader en de ouders oefenen gezamenlijk het gezag uit. Het verzoek is beoordeeld aan de hand van artikel 1:253a BW, waarbij het hof constateert dat de verwijzing in dit artikel naar een niet bestaand lid van artikel 1:377a BW een vergissing betreft. Het hof benadrukt dat bij gezamenlijk gezag altijd een regeling over de zorg- en opvoedingstaken moet worden vastgesteld.
De kinderen, met name [kind 1], weigeren momenteel omgang met de moeder vanwege vermoedens van seksueel misbruik, waarvan de waarheid niet met zekerheid kan worden vastgesteld. Het hof stelt dat het belang van de kinderen het best gediend is met het creëren van ruimte voor een hernieuwde relatie tussen moeder en kinderen, bij voorkeur onder goede begeleiding.
Omdat de vader en gezinsvoogd niet zijn verschenen bij de zitting, heeft het hof de zaak aangehouden en een nieuwe zitting gepland om hun standpunten te horen en het belang van de kinderen zo goed mogelijk te beoordelen.
Uitkomst: De zaak is aangehouden tot de zitting van 23 september 2010 om de vader en gezinsvoogd te horen over de omgangsregeling.