ECLI:NL:GHLEE:2010:BN7974
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en voorwaardelijke veroordeling voor verbergen en ontduiken van minderjarige
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor het opzettelijk onttrekken van een minderjarige aan het wettig gezag en het verbergen van die minderjarige. In hoger beroep sprak het hof verdachte vrij van het eerste feit, omdat niet bewezen kon worden dat verdachte een beslissende invloed had op de beslissing van de minderjarige om zich aan het gezag te onttrekken.
Het hof achtte wel bewezen dat verdachte de minderjarige, die zich onttrokken had aan het bevoegde opzicht van haar grootouders, heeft verborgen en aan de nasporing van politie heeft onttrokken. Verdachte bood de minderjarige zonder toestemming onderdak en ontkende later tegenover de politie op de hoogte te zijn van haar verblijfplaats.
De rechtbank had verdachte reeds eerder een voorwaardelijke gevangenisstraf opgelegd, die nog liep. Het hof veroordeelde verdachte tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van zestig uur. Een geldboete werd afgewezen omdat die niet recht deed aan de ernst van de feiten.
Het hof constateerde een overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro, maar vond dat dit met de opgelegde straf volstond. De vordering tot tenuitvoerlegging van de eerdere voorwaardelijke straf werd afgewezen. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van onttrekking aan gezag, maar veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van één maand en een werkstraf van zestig uur voor verbergen en onttrekken aan politie.