ECLI:NL:GHLEE:2010:BN9448
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken opzet bij belediging via aan derden gerichte brieven
Verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor opzettelijke belediging van een medewerker van Jeugdzorg via brieven die aan derden waren gericht maar door het slachtoffer werden gelezen. Het hof vernietigt dit vonnis omdat de brieven niet rechtstreeks aan het slachtoffer waren gericht en verdachte niet wist dat het slachtoffer ze zou lezen.
De rechtbank had een werkstraf en hechtenis gevorderd, maar het hof oordeelt dat het opzet op belediging niet bewezen is. Verdachte verklaarde dat hij niet de bedoeling had dat het slachtoffer de brieven zou lezen en was daar ook niet blij mee toen hij dat later vernam.
Daarom verklaart het hof het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte vrij. Tevens wijst het hof de vordering tot tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde voorwaardelijke geldboete af. Het arrest is gewezen door drie rechters en bevat een uitgebreide motivering over het ontbreken van opzet en het ontbreken van directe gerichtheid van de beledigingen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van opzet op belediging en omdat de beledigingen niet rechtstreeks aan het slachtoffer waren gericht.