ECLI:NL:GHLEE:2010:BN9681
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Janse
- Zandbergen
- Wind
- Rechtspraak.nl
Geschil over het bestaan van één of twee aannemingsovereenkomsten en aansprakelijkheid voor schade
In deze zaak stond centraal of er één aannemingsovereenkomst bestond tussen partijen of dat er twee afzonderlijke overeenkomsten waren gesloten. De appellant vorderde betaling wegens tekortkoming in de nakoming, terwijl de geïntimeerde stelde dat er een aparte koopovereenkomst voor bouwmaterialen was gesloten.
Het hof heeft bewijsopdrachten gegeven en getuigen gehoord, waaronder de geïntimeerde zelf, die verklaarde geen afspraak met appellant te hebben gemaakt over de levering van materialen, maar wel met een uitvoerder. De taakverdeling was dat de uitvoerder het werk uitvoerde en de geïntimeerde de materialen leverde. De verklaring van de geïntimeerde kon echter geen bewijs opleveren voor het bestaan van een aparte overeenkomst.
Het hof oordeelde dat de vordering van de geïntimeerde onvoldoende was onderbouwd en wees deze af. De vordering van appellant werd toegewezen, waarbij de geïntimeerde aansprakelijk werd gesteld voor de schade en veroordeeld tot betaling van €16.835,67 plus wettelijke rente. De terugvordering van appellant werd afgewezen wegens gebrek aan onderbouwing.
Uitkomst: Het hof wijst de vordering van geïntimeerde af en veroordeelt hem tot betaling van €16.835,67 plus wettelijke rente aan appellant.