ECLI:NL:GHLEE:2010:BN9931
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Verschuur
- Makkinga
- Weening
- Rechtspraak.nl
Geschil over erfgrens en onrechtmatig snoeien van boomtakken tussen buren
In deze zaak staat een burenrechtelijk geschil centraal over de exacte ligging van de erfgrens tussen twee percelen en het onrechtmatig snoeien van takken van een boom op het perceel van appellant door geïntimeerde.
De erfgrens is vastgesteld in het midden van de greppel/sloot die tussen de percelen ligt, zoals aangegeven door het Kadaster. Appellant voerde aan dat de grens elders lag en dat hij eigenaar was van de greppel door een afspraak met de rechtsvoorganger van geïntimeerde en door verjaring, maar deze stellingen werden door het hof verworpen. Het hof oordeelde dat appellant slechts houder was en niet bezitter van de strook grond en dat de verjaringsperioden waren gestuit.
Verder werd appellant veroordeeld om binnen acht dagen het afval uit de sloot te verwijderen en de sloot terug te brengen in de oude staat, en om de sloot in de toekomst schoon te houden, onder dreiging van een dwangsom. Ook werd appellant veroordeeld tot vergoeding van de kadasterkosten. Het beroep op schadevergoeding wegens vernieling van de boomtakken werd deels toegewezen, waarbij het taxatierapport een schade van €2.924,-- vaststelde.
De proceskosten in het incidenteel appel werden gecompenseerd. Het arrest werd uitgesproken door het Gerechtshof Leeuwarden op 20 juli 2010.
Uitkomst: De erfgrens ligt in het midden van de sloot; appellant moet afval verwijderen, de sloot schoonhouden en kadasterkosten vergoeden.