ECLI:NL:GHLEE:2010:BO0152
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens opzettelijk nalaten verstrekken gegevens aan UWV tijdens WW-uitkering
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk nalaten om tijdig alle relevante gegevens over zijn inkomsten en werkzaamheden als zelfstandige te verstrekken aan het UWV gedurende de periode van 31 maart 2003 tot en met 1 mei 2005. Dit nalaten had tot gevolg dat hij een hogere WW-uitkering ontving dan waarop hij recht had, wat het UWV benadeelde voor een bedrag van € 28.455,05.
De verdachte voerde een beroep op rechtsdwaling aan, stellende dat hij onvoldoende was voorgelicht door het UWV en dat een adviseur van een outplacementbureau hem had geadviseerd zijn zelfstandige uren niet op te geven. Het hof verwierp dit verweer omdat uit gespreksaantekeningen bleek dat het UWV uitleg had gegeven en de adviseur dit advies ontkende. Daarnaast oordeelde het hof dat voor een geslaagd beroep op rechtsdwaling vereist is dat de verdachte zich voldoende heeft geïnformeerd bij een gezaghebbende instantie.
Gezien de ernst van het misbruik van het sociale zekerheidsstelsel en de aard van het feit, achtte het hof een werkstraf van 140 uren passend. Gelet op het feit dat verdachte het benadelingsbedrag al deels heeft terugbetaald en geen eerdere veroordelingen heeft, legde het hof de werkstraf geheel voorwaardelijk op met een proeftijd van twee jaar.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht, waarbij het bewezen verklaarde feit werd gekwalificeerd als het opzettelijk nalaten van het tijdig verstrekken van gegevens aan het UWV in strijd met artikel 25 van Pro de Werkloosheidswet. Verdachte werd veroordeeld tot de genoemde voorwaardelijke werkstraf met een vervangende hechtenis van zeventig dagen bij niet-naleving.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke werkstraf van 140 uren met een proeftijd van twee jaar wegens het opzettelijk nalaten van tijdige gegevensverstrekking aan het UWV.