ECLI:NL:GHLEE:2010:BO0979
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- A.J. Rietveld
- S.H. Wachter
- D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken opzet bij val met breuk na stoeipartij
Verdachte werd primair ten laste gelegd van zware mishandeling en subsidiair van eenvoudige mishandeling met strafverzwarend gevolg. Het incident vond plaats op 12 december 2009, waarbij verdachte onverwachts zijn been achter de benen van aangever haakte, wat leidde tot een val en een breuk in de bovenarm van aangever.
De rechtbank had verdachte veroordeeld voor eenvoudige mishandeling, maar het hof vernietigde dit vonnis en sprak verdachte vrij. Het hof oordeelde dat verdachte weliswaar opzettelijk handelde door het beenhaken, maar dit slechts als aanzet tot een stoeipartij bedoeld was. De breuk werd gezien als een ongelukkige samenloop van omstandigheden zonder opzet op letsel.
De advocaat-generaal had een werkstraf en jeugddetentie gevorderd, maar het hof volgde dit niet. Het hof stelde vast dat er geen bewijs was voor opzet, ook niet voorwaardelijk, en dat verdachte strafrechtelijk niet verantwoordelijk kon worden gehouden voor het letsel.
Het arrest werd gewezen op 15 oktober 2010 door het Gerechtshof Leeuwarden, dat het vonnis van de kinderrechter vernietigde en verdachte volledig vrijsprak van de ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van opzet op het toebrengen van letsel bij een val tijdens een stoeipartij.