ECLI:NL:GHLEE:2010:BO2030
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschil over conformiteit en bestemming onroerende zaak bij verkoop appartement en bedrijfsruimte
Partijen sloten een koopovereenkomst voor een appartementsrecht met een woning en een bedrijfsruimte. De koper verwachtte dat het gehele pand geschikt was voor bewoning, gesteund door de koopakte en verkoopbrochure.
De verkopers stelden dat een deel van het pand als bedrijfsruimte werd verkocht en niet als woonruimte, verwijzend naar kadastrale gegevens, gebruiksverklaringen en gemeentelijke informatie. De koper ontkende hiervan op de hoogte te zijn en beroept zich op de overeenkomst die het gehele pand als woonhuis bestempelde.
De rechtbank oordeelde dat het verkochte niet aan de overeenkomst voldeed omdat het gedeelte met bedrijfsbestemming niet geschikt was voor bewoning. Het hof onderschrijft dit oordeel en overweegt dat de koper redelijkerwijs mocht verwachten dat het gehele pand woonbestemming had. De verkopers konden niet aantonen dat de koper wist van de afwijkende bestemming.
De zaak werd aangehouden voor nadere bewijslevering door de verkopers over hun stelling dat de koper op de hoogte was van de bestemmingswijziging. Het hof benadrukt de prevalentie van de mededelingsplicht van de verkoper boven de onderzoeksplicht van de koper.
Het arrest werd gewezen door de kamer voor burgerlijke zaken van het Gerechtshof Leeuwarden op 26 oktober 2010.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat het verkochte niet aan de overeenkomst voldeed en houdt de zaak aan voor nadere bewijslevering over de kennis van de koper omtrent de bestemming.