ECLI:NL:GHLEE:2010:BO4804
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- P.W.J. Sekeris
- G.M. Meijer-Campfens
- P. Greve
- Rechtspraak.nl
Afwijzing hoger beroep niet-ontvankelijkverklaring verzoek vergoeding advocaatkosten PIJ-maatregel
Verzoeker heeft bij de rechtbank Groningen een verzoek ingediend tot vergoeding van advocaatkosten en kosten voor het indienen van een verzoekschrift, nadat de vordering tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijk opgelegde PIJ-maatregel was afgewezen. De rechtbank verklaarde dit verzoek niet-ontvankelijk omdat de procedure tot tenuitvoerlegging van de PIJ-maatregel niet is opgenomen in de limitatieve opsomming van artikel 591, vijfde lid, Wetboek van Strafvordering, waarop de regeling van proceskostenvergoeding van toepassing is.
Verzoeker stelde dat deze uitsluiting een omissie van de wetgever was en dat de regeling ook analoog toegepast moest worden op de PIJ-maatregel, mede gezien de overeenkomsten met de terbeschikkingstelling met dwangverpleging. Het hof verwierp dit standpunt en oordeelde dat de limitatieve opsomming strikt moet worden opgevat en dat de PIJ-maatregel wezenlijk verschilt van de terbeschikkingstelling met voorwaarden.
Het hof benadrukte dat de PIJ-maatregel een strafrechtelijke maatregel betreft die onder artikel 77x Sr valt en dat de vordering tot tenuitvoerlegging daarvan niet vergelijkbaar is met de omzettingsprocedures van terbeschikkingstelling. Daarom is de afwijzing van het verzoek tot vergoeding van advocaatkosten terecht en is het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hof wijst het hoger beroep af en bevestigt de niet-ontvankelijkverklaring van het verzoek tot vergoeding van advocaatkosten.