ECLI:NL:GHLEE:2010:BO5330
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling medeplichtigheid aan poging tot diefstal met braak
Verdachte werd in eerste aanleg door de politierechter in Groningen veroordeeld wegens een strafbaar feit. Na hoger beroep en vernietiging door de Hoge Raad werd de zaak terugverwezen naar het hof Leeuwarden voor hernieuwde berechting.
Het hof achtte niet bewezen dat verdachte zelf de diefstal pleegde, maar wel dat hij medeplichtig was aan een poging tot diefstal met braak. Verdachte had de medeverdachte met een auto naar de plaats van het misdrijf vervoerd en op hem gewacht, terwijl deze een ketting van een rubberboot en/of buitenboordmotor losknipte.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de aard en ernst van het feit, de persoon van verdachte en zijn eerdere veroordelingen. Ook werd een onredelijke vertraging in de cassatieprocedure meegewogen, waardoor de gevangenisstraf werd vastgesteld op twee weken. De tijd die verdachte voorafgaand aan de uitspraak in verzekering had doorgebracht, werd hierop in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot twee weken gevangenisstraf voor medeplichtigheid aan poging tot diefstal met braak.