ECLI:NL:GHLEE:2010:BO7445
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- K.J. van Dijk
- W. Foppen
- P. Greve
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen niet-ontvankelijkheid openbaar ministerie wegens overschrijding redelijke termijn
De rechtbank Groningen had het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van verdachte vanwege overschrijding van de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 EVRM Pro. Het hof Leeuwarden oordeelt echter dat op grond van het arrest van de Hoge Raad van 16 juni 2008 overschrijding van de redelijke termijn niet kan leiden tot niet-ontvankelijkheid, ook niet in uitzonderlijke gevallen.
De tenlastelegging betreft het verwerven, voorhanden hebben, overdragen en omzetten van geld dat afkomstig was uit enig misdrijf, en deelname aan een criminele organisatie met het oogmerk het plegen van misdrijven zoals oplichting, valsheid in geschrifte en witwassen.
De verdediging stelde dat door het tijdsverloop een eerlijk proces niet meer mogelijk is, omdat getuigen zich de precieze toedracht niet meer zouden kunnen herinneren. Het hof verwerpt dit verweer en benadrukt dat het aan de rechter is om de waarde van getuigenverklaringen te beoordelen, ook rekening houdend met het tijdsverloop.
Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank, verklaart het openbaar ministerie ontvankelijk en verwijst de zaak terug naar de rechtbank Groningen om opnieuw recht te doen op basis van de bestaande inleidende dagvaarding, met inachtneming van het arrest van het hof.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis van niet-ontvankelijkheid en verwijst de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.