ECLI:NL:GHLEE:2010:BO7534
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- A. Dijkstra
- G. Dam
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor mishandeling na verworpen beroep op noodweerexces
Op 22 maart 2007 ontstond een conflict tussen verdachte, buschauffeur, en het slachtoffer in een gemeente. Het slachtoffer voelde zich afgesneden door de bus en zocht confrontatie bij de chauffeur. Nadat het slachtoffer meerdere keren bedreigend op verdachte afkwam, gaf verdachte hem een stomp in het gezicht, waardoor het slachtoffer een gebroken neus en afgebroken tand opliep.
Verdachte voerde in hoger beroep aan dat hij handelde uit noodweer of noodweerexces, omdat hij meende dat het slachtoffer hem wilde slaan. Het hof oordeelde echter dat er geen sprake was van een objectief dreigende en ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding die een verdediging rechtvaardigde. Het beroep op noodweer en noodweerexces werd daarom verworpen.
Het hof verklaarde het primaire en subsidiaire tenlastegelegde niet bewezen en sprak verdachte daarvan vrij, maar achtte de meer subsidiaire mishandeling bewezen. Gezien de omstandigheden, waaronder het vijandige gedrag van het slachtoffer, legde het hof een voorwaardelijke geldboete van €500 op met een proeftijd van twee jaar en een vervangende hechtenis van tien dagen bij niet-betaling.
Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht. Verdachte werd veroordeeld voor mishandeling, waarbij rekening werd gehouden met zijn schone strafblad. De uitspraak benadrukt het belang van objectieve beoordeling van noodweersituaties en bevestigt dat subjectieve vrees onvoldoende is voor een beroep op noodweer.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld voor mishandeling en krijgt een voorwaardelijke geldboete van €500 opgelegd.