ECLI:NL:GHLEE:2010:BO8039
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling juridisch ouderschap na geslachtsverandering en IVF-behandeling
In deze zaak hebben appellanten hoger beroep ingesteld tegen de afwijzing van het verzoek tot vaststelling van het vaderschap van [vrouw A] ten aanzien van [kind], geboren uit een IVF-behandeling met ingevroren zaad van [vrouw A] bij [vrouw B]. [Vrouw A] is een transseksuele vrouw die haar geslacht juridisch heeft laten wijzigen na een geslachtsaanpassende operatie in 2005.
De rechtbank had het verzoek tot vaderschapsvaststelling afgewezen omdat [vrouw A] op het moment van de IVF-behandeling en geboorte geen man meer was, terwijl artikel 1:207 BW Pro vereist dat de vader een man is die als levensgezel van de moeder heeft ingestemd met de handeling die tot de verwekking heeft geleid. Het hof bevestigde dat vaderschap in de zin van dit artikel niet kan worden vastgesteld aan een persoon die niet langer juridisch als man wordt aangemerkt.
Het hof oordeelde echter dat het belang van het kind en het recht van [vrouw A] om als ouder erkend te worden, mede gelet op artikel 3 IVRK Pro en artikel 8 EVRM Pro, een andere juridische benadering vereisen. Het hof stelde vast dat het juridisch ouderschap van [vrouw A] kan worden erkend, ook al is vaderschap niet mogelijk, om de biologische band te erkennen en discriminatie te voorkomen. De beschikking van de rechtbank werd vernietigd en het ouderschap van [vrouw A] werd vastgesteld naast dat van [vrouw B].
Uitkomst: Het gerechtshof stelt vast dat [vrouw A] juridisch ouder is van [kind], maar wijst het verzoek tot vaderschapsvaststelling af.