ECLI:NL:GHLEE:2010:BO8106

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
7 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-000590-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 22c SrArt. 22d Sr
Verwijzingen
7 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling verdachte tot voorwaardelijke gevangenisstraf en werkstraf wegens mishandeling

Het gerechtshof Leeuwarden heeft op 7 december 2010 het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen vernietigd en opnieuw recht gedaan in hoger beroep. Verdachte werd ten laste gelegd dat hij op 3 april 2008 in een gemeente mishandeling pleegde door een persoon meerdere malen tegen het hoofd te stompen en tegen de zij te schoppen, waardoor deze letsel en pijn heeft ondervonden.

Het hof achtte het bewezen dat verdachte zich schuldig had gemaakt aan mishandeling, maar verwierp andere tenlasteleggingen die niet bewezen konden worden. Verdachte werd strafbaar verklaard en veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee weken, waarvan de uitvoering werd opgeschort met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werd een werkstraf van 40 uren opgelegd, met een vervangende hechtenis van twintig dagen bij niet-nakoming.

Hoewel de advocaat-generaal een zwaardere straf had gevorderd vanwege recidive, oordeelde het hof dat de veroordelingen na de uitspraak in eerste aanleg niet zonder meer aanleiding gaven tot een zwaardere straf. Gelet op de aard van de mishandeling en de persoon van verdachte achtte het hof de opgelegde straf passend en geboden.

De verdachte was niet ter terechtzitting verschenen, maar werd vertegenwoordigd door zijn raadsvrouw. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Leeuwarden.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee weken en een werkstraf van 40 uren wegens mishandeling.

Uitspraak

Parketnummer: 24-000590-09
Parketnummer eerste aanleg: 19-605665-08
Arrest van 7 december 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 22 september 2008 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1967] te [geboorteplaats],
zonder vaste woon- of verblijfplaats hier te lande,
niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsvrouw van verdachte,
mr. E.M. Bakx, advocaat te Heerenveen.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot straffen, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
De raadsvrouw van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk gemachtigd te zijn verdachte ter terechtzitting te verdedigen.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het verdachte ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 03 april 2008 te en in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), (meermalen) tegen het hoofd heeft gestompt en/of geslagen en/of tegen haar (linker)zij heeft geschopt en/of geslagen, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden.
Bewezenverklaring
Het hof acht ten aanzien van verdachte wettig en overtuigend bewezen dat:
hij op 03 april 2008 te en in de gemeente [gemeente] opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), tegen het hoofd heeft gestompt en tegen haar (linker)zij heeft geschopt, waardoor deze pijn heeft ondervonden.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
mishandeling.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan mishandeling van [slachtoffer], door haar tegen het hoofd te stompen en tegen haar zij te schoppen. Verdachte heeft met zijn handelen een inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van [slachtoffer] en haar pijn gedaan.
Het hof heeft acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit de justitiële documentatie van 2 november 2010. Daaruit volgt dat verdachte meermalen is veroordeeld voor strafbare feiten.
Verdachte is in eerste aanleg - kort gezegd - veroordeeld tot een geheel voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 weken en een werkstraf van 40 uren.
De advocaat-generaal heeft aangevoerd dat oplegging van een werkstraf thans een gepasseerd station is nu verdachte na de uitspraak in eerste aanleg is doorgegaan met het plegen van strafbare feiten. Hij heeft oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 4 weken, waarvan 2 weken voorwaardelijk, gevorderd.
Anders dan de advocaat-generaal is het hof van oordeel dat de veroordelingen ná de uitspraak in eerste aanleg niet zonder meer aanleiding geven tot het opleggen van een zwaardere straf dan in de in eerste aanleg opgelegde straf. Het hof ziet thans geen bijzondere omstandigheden om daartoe over te gaan.
Gelet op de aard van de mishandeling en de persoon van verdachte acht het hof de in eerste aanleg opgelegde straf passend en geboden.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 63 en 300 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van twee weken;
beveelt, dat de gevangenisstraf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond, dat de veroordeelde zich voor het einde van een proeftijd van twee jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;
veroordeelt verdachte tevens tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van veertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van twintig dagen zal worden toegepast;
Dit arrest is aldus gewezen door mr. K. Lahuis, voorzitter, mr. J.A.A.M. van Veen en mr. M.F.H.M. van Haastert, in tegenwoordigheid van mr. I.N. Koers als griffier, zijnde mr. M.F.H.M. van Haastert buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.