ECLI:NL:GHLEE:2010:BO8145
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.M. Meijer-Campfens
- O. Anjewierden
- W.M. van Schuijlenburg
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijke overtreding van de Opiumwet met GHB en amfetamine
Het gerechtshof Leeuwarden heeft op 10 december 2010 het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de politierechter in Leeuwarden. Verdachte werd verdacht van het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 107 gram GHB en 6,17 gram amfetamine, beide middelen als bedoeld in de Opiumwet. De politierechter sprak verdachte vrij van enkele tenlastegelegde feiten, maar veroordeelde hem voor andere.
In hoger beroep werd het verweer gevoerd dat de verbalisanten geen bevoegdheid hadden tot de doorzoeking van de auto en de inbeslagneming van de gevonden goederen, wat tot bewijsuitsluiting zou moeten leiden. Het hof oordeelde echter dat de bevoegdheid tot doorzoeking gegrond was op artikel 96b van het Wetboek van Strafvordering, omdat sprake was van ontdekking op heterdaad van een strafbaar feit, mede doordat verdachte bijna 5 gram hennep vrijwillig aan de verbalisanten had overhandigd.
Het hof achtte bewezen dat verdachte op 29 april 2009 opzettelijk GHB en amfetamine bij zich had in de auto. De strafwaardigheid werd onderstreept door de ernstige bedreiging die drugsgebruik vormt voor de volksgezondheid en de daarmee gepaard gaande criminaliteit. Verdachte werd veroordeeld tot een werkstraf van 30 uur, waarvan 10 uur voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar en vervangende hechtenis bij niet-naleving.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van 30 uren, waarvan 10 uren voorwaardelijk, wegens opzettelijke overtreding van de Opiumwet met GHB en amfetamine.