ECLI:NL:GHLEE:2010:BO8403
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- P.J.M. van den Bergh
- J.J. Beswerda
- P. Greve
- Rechtspraak.nl
Veroordeling tot gevangenisstraf wegens onttrekking minderjarige aan opzicht
Verdachte en zijn echtgenote, beiden Syrische en verdachte tevens Nederlandse nationaliteit, reisden in 2006 met hun minderjarige zoon naar Syrië. Verdachte keerde alleen terug naar Nederland en liet een Syrisch uitreisverbod voor de zoon opleggen. De Nederlandse rechtbank stelde de moeder het gezag over de zoon toe met een bevel tot afgifte, dat aan verdachte werd betekend. Verdachte ondernam geen pogingen om het uitreisverbod op te heffen, ondanks dat hij daartoe in staat werd geacht, ook tijdens zijn detentie in Nederland.
De verdediging voerde aan dat het Syrische recht van toepassing was en dat verdachte gehandeld zou hebben in het belang van de minderjarige. Het hof verwierp deze verweren en stelde dat het Nederlandse gezagsbesluit leidend is. Het hof oordeelde dat verdachte het uitreisverbod bewust in stand hield, waardoor de moeder het wettig gezag niet kon uitoefenen.
Het hof achtte bewezen dat verdachte zijn zoon onttrok aan het opzicht van de moeder door het uitreisverbod niet op te heffen en verklaarde verdachte strafbaar. Gelet op de ernst van het feit en het belang van generale preventie legde het hof een gevangenisstraf op van 16 maanden, waarbij rekening werd gehouden met een overschrijding van de redelijke termijn in de procedure.
Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht, waarbij het de straf verhoogde ten opzichte van de rechtbank, maar matigde vanwege de termijnoverschrijding. De tijd in voorlopige hechtenis werd in mindering gebracht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 16 maanden gevangenisstraf wegens onttrekking van zijn minderjarige zoon aan het opzicht van de moeder.