ECLI:NL:GHLEE:2010:BO9135

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
29 december 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-002725-09
Instantie
Gerechtshof Leeuwarden
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 Wegenverkeerswet 1994Art. 23 SrArt. 24 SrArt. 24c SrArt. 176 Wegenverkeerswet 1994
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor rijden onder invloed met alcoholgehalte boven wettelijke limiet

Op 26 maart 2009 heeft verdachte een bedrijfsauto bestuurd in de gemeente [gemeente] terwijl hij onder invloed was van alcohol met een ademalcoholgehalte van 500 microgram per liter, wat hoger is dan de wettelijke limiet van 220 microgram. De politierechter sprak verdachte vrij, maar het openbaar ministerie ging in hoger beroep.

Het gerechtshof Leeuwarden vernietigde het vonnis van de politierechter en verklaarde verdachte schuldig aan overtreding van artikel 8, tweede lid, onder a van de Wegenverkeerswet 1994. Het hof achtte het bewezen dat verdachte de verkeersveiligheid in gevaar bracht door onder invloed te rijden.

Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd en de persoonlijke situatie van verdachte, die niet eerder was veroordeeld. Het hof legde een geldboete van 450 euro op, gelijk aan het bedrag van de eerder aangeboden transactie, met een subsidiaire straf van negen dagen vervangende hechtenis bij niet-betaling.

Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Leeuwarden op 29 december 2010, waarbij mr. P. Koolschijn voorzitter was, met mr. J. Hielkema en mr. J.A.A.M. van Veen als rechters.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van 450 euro en subsidiair negen dagen vervangende hechtenis wegens rijden onder invloed.

Uitspraak

Parketnummer: 24-002725-09
Parketnummer eerste aanleg: 17-401028-09
Arrest van 29 december 2010 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 7 oktober 2009 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1961] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte
mr. H.A. de Boer, advocaat te Sneek.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis vrijgesproken van het ten laste gelegde.
Gebruik van het rechtsmiddel
De officier van justitie is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen. Hij heeft dit hoger beroep aan verdachte doen betekenen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen ter zake het hem ten laste gelegde tot een geldboete van 450 euro, subsidiair negen dagen vervangende hechtenis.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 26 maart 2009 te [plaats], gemeente [gemeente], als bestuurder van een voertuig, (bedrijfsauto), dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994,
500 microgram, in elk geval hoger dan 220 microgram, alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat:
hij op 26 maart 2009 te [plaats], gemeente [gemeente], als bestuurder van een voertuig, bedrijfsauto, dit voertuig heeft bestuurd, na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek, als bedoeld in
artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994,
500 microgram alcohol per liter uitgeademde lucht bleek te zijn.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
Overtreding van artikel 8, tweede lid, onder a, van de Wegenverkeerswet 1994.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft op 26 maart 2009 een auto bestuurd, terwijl hij verkeerde onder invloed van alcoholhoudende drank. Door aldus te handelen heeft verdachte de verkeersveiligheid, daaronder begrepen de veiligheid van zijn medeweggebruikers, in gevaar gebracht.
Het hof heeft acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit het justitiële documentatieregister d.d. 11 november 2010, waaruit blijkt dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens strafbare feiten.
Alles afwegende is het hof - met de advocaat-generaal - van oordeel dat verdachte na te melden boete dient te worden opgelegd. De hoogte van deze boete is gelijk aan het bedrag dat het openbaar ministerie verdachte als transactie heeft aangeboden.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24 en 24c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 8 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van vierhonderdvijftig euro;
beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van negen dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. P. Koolschijn, voorzitter, mr. J. Hielkema en mr. J.A.A.M. van Veen, in tegenwoordigheid van mr. M.J. Schulte als griffier, zijnde mrs. Hielkema en Van Veen voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.