ECLI:NL:GHLEE:2010:BP0762
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- B.J.J. Melssen
- A.H. Garos
- G.J. van der Meer
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging machtiging tot uithuisplaatsing minderjarige kinderen
De zaak betreft de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van twee minderjarige kinderen, geboren in 2002 en 2003, die sinds 2010 onder toezicht staan van Bureau Jeugdzorg Drenthe (BJZ). De vader, appellant, heeft hoger beroep ingesteld tegen de verlenging van deze machtiging, stellende dat hij met hulp in staat is zijn kinderen goed te verzorgen en dat een kortere hulpverleningsperiode voldoende is.
Het hof constateert dat de kinderen in hun jonge jaren veel tekort zijn gekomen en dat er sprake is geweest van huiselijk geweld tijdens de relatie van de ouders. Ondanks eerdere hulpverlening vertonen de kinderen gedragsproblemen en is het voor de vader moeilijk om gezag uit te oefenen, mede door zijn autismeverwante stoornis en cognitief functioneren op benedengemiddeld niveau. De omgang met de moeder is stopgezet vanwege haar psychische problematiek.
BJZ rapporteert dat het goed gaat met de kinderen in het pleeggezin, waar zij structuur en aandacht krijgen. De uithuisplaatsing is volgens BJZ noodzakelijk om te onderzoeken of en hoe de vader weer voor de kinderen kan zorgen. Het hof acht de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing noodzakelijk in het belang van de verzorging en opvoeding van de kinderen en voor onderzoek naar hun geestelijke en lichamelijke gesteldheid.
Het hof benadrukt het belang van spoedige duidelijkheid over het toekomstperspectief van de kinderen, zowel op korte als lange termijn, en stelt dat onderzocht moet worden of terugplaatsing naar de vader mogelijk is en onder welke voorwaarden. Indien terugplaatsing niet mogelijk is, dient duidelijkheid te komen over de omgangsregeling. De beschikking van 7 mei 2010 wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige kinderen wordt bekrachtigd.