ECLI:NL:GHLEE:2010:BP5709

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
24 juni 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
200.052.783
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • Dijkstra
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14 WAHV
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid hoger beroep wegens appelverbod WAHV bij sanctie onder €70

Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen een beslissing van de kantonrechter van de rechtbank 's-Gravenhage waarbij een administratieve sanctie van €40,- was opgelegd. De betrokkene stelde dat het appelverbod van artikel 14, lid 1, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) doorbroken moest worden vanwege schending van fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging.

De kantonrechter had het beroep van de betrokkene ongegrond verklaard. De gemachtigde voerde aan dat de kantonrechter niet had ingegaan op het verweer omtrent de opsporingsbevoegdheid van de verbalisant, waardoor de betrokkene ernstig in zijn belangen was geschaad. Het hof oordeelde dat doorbreking van het appelverbod alleen gerechtvaardigd is indien sprake is van schending van fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging die leiden tot het ontbreken van een eerlijke en onpartijdige behandeling.

Het hof stelde dat het enkel onjuist achten van de beslissing of onvoldoende motivering niet volstaat voor doorbreking van het appelverbod. Omdat de betrokkene niet aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een dergelijke schending, werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard. Tevens werd het verzoek tot vergoeding van kosten afgewezen.

Uitkomst: Het gerechtshof verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk wegens het appelverbod bij sancties onder €70.

Uitspraak

WAHV 200.052.783
24 juni 2010
CJIB 129821204
Gerechtshof te Leeuwarden
Arrest
op het hoger beroep tegen de beslissing
van de kantonrechter van de rechtbank 's-Gravenhage
van 2 december 2009
betreffende
[betrokkene] (hierna te noemen: betrokkene), gevestigd te [vestigingsplaats],
voor wie als gemachtigde optreedt mr. C.M.J.E.P. Meerts, kantoorhoudende te Beegden.
De beslissing van de kantonrechter
De kantonrechter heeft het beroep van de betrokkene tegen de door de Centrale Verwerking Openbaar Ministerie namens de officier van justitie in het arrondissement 's-Gravenhage genomen beslissing ongegrond verklaard. De beslissing van de kantonrechter is aan dit arrest gehecht en maakt daarvan deel uit.
Het procesverloop
De gemachtigde van de betrokkene heeft tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep ingesteld. Tevens is verzocht om vergoeding van kosten.
De advocaat-generaal heeft een verweerschrift ingediend.
De gemachtigde van de betrokkene heeft schriftelijk een nadere toelichting gegeven op het beroep.
De advocaat-generaal heeft een reactie gegeven op de nadere toelichting op het beroep.
Beoordeling
1. Ingevolge het bepaalde in artikel 14 WAHV Pro kan tegen de beslissing van de kantonrechter hoger beroep bij het gerechtshof te Leeuwarden worden ingesteld, indien de opgelegde administratieve sanctie bij die beslissing meer bedraagt dan € 70,-. De aan de betrokkene opgelegde sanctie bedraagt € 40,-. Op grond hiervan dient het hoger beroep van de betrokkene in beginsel niet-ontvankelijk te worden verklaard.
2. De gemachtigde van de betrokkene stelt zich op het standpunt dat doorbreking van het appelverbod gerechtvaardigd is. De kantonrechter heeft naar zijn mening de door hem aangevoerde grond inzake de opsporingsbevoegdheid van de verbalisant niet behandeld. De betrokkene is hierdoor ernstig in zijn belangen geschaad, aldus de gemachtigde. Hij heeft immers recht op een inhoudelijke behandeling.
3. Het hof is van oordeel dat, wanneer een beroep wordt gedaan op schending van zo fundamentele beginselen van behoorlijke rechtspleging dat geen sprake is van een eerlijke en onpartijdige behandeling en dit beroep gegrond moet worden geacht, doorbreking van het appelverbod van artikel 14, eerste lid, WAHV gewettigd is.
4. Een beroep als hierboven bedoeld wordt niet reeds gedaan door het bezigen van de term "doorbreking van het appelverbod", maar dient op zijn minst argumenten te bevatten die kunnen leiden tot de conclusie, dat sprake is van schending van fundamentele beginselen van een behoorlijke rechtspleging. Daarvoor is onvoldoende dat de beslissing van de kantonrechter onjuist wordt geacht, dan wel dat de motivering daarvan ongenoegzaam wordt geoordeeld.
5. Nu de betrokkene niet in het gelijk wordt gesteld, zal het hof het verzoek tot vergoeding van kosten afwijzen.
Beslissing
Het gerechtshof:
verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk;
wijst het verzoek tot vergoeding van kosten af.
Dit arrest is gewezen door mr. Dijkstra, in tegenwoordigheid van mr. Verdoorn als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting.