ECLI:NL:GHLEE:2010:BQ2343
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Dijkstra
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging sanctie wegens onjuiste oplegging aan kentekenhouder
Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen de beslissing van de kantonrechter Amsterdam inzake een administratieve sanctie van €90,- opgelegd aan de kentekenhouder wegens stilstand op een kruispunt. De betrokkene voerde aan dat de verbalisant hem had moeten staandehouden, wat niet was gebeurd.
De verbalisant gebruikte een handcomputer waarmee alleen kentekens konden worden ingevoerd, maar geen identiteitsgegevens konden worden geverifieerd. Volgens artikel 5 van Pro de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (WAHV) wordt een sanctie aan de kentekenhouder opgelegd indien niet direct is vastgesteld wie de bestuurder was, tenzij er een reële mogelijkheid tot staandehouding was.
Het hof oordeelde dat de mogelijkheid tot staandehouding niet afhankelijk is van de gebruikte techniek van de verbalisant, maar van de feitelijke gelegenheid om de bestuurder aan te spreken en diens identiteit vast te stellen. Omdat de verbalisant alleen de handcomputer als reden gaf om niet staande te houden, concludeerde het hof dat die gelegenheid wel bestond. Daarom had de sanctie aan de bestuurder moeten worden opgelegd en niet aan de kentekenhouder.
Het hof vernietigde de beslissing van de kantonrechter en de sanctiebeschikking van de officier van justitie en bepaalde dat het bedrag van €90,- aan de betrokkene wordt gerestitueerd.
Uitkomst: De administratieve sanctie aan de kentekenhouder wordt vernietigd en het bedrag van €90,- wordt gerestitueerd.