ECLI:NL:GHLEE:2011:BP1169
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Gerechtshof bevestigt verjaring en bevoegdheid bank tot verrekening en wijst aansprakelijkheid wegens onbehoorlijk bestuur af
De curator van Scheepswerf [naam] Lemmer B.V., failliet verklaard in 2004, stelde de bank aansprakelijk wegens onbehoorlijk bestuur, onrechtmatige daad en onterechte verrekening. De bank had de financiering opgezegd en later verrekend met het creditsaldo van de failliete vennootschap. De curator vorderde betaling van miljoenen euro's, onder meer wegens vermeende onrechtmatige BTW-constructies en selectieve betalingen.
De rechtbank wees de vorderingen af en het hof bevestigde dit oordeel. Het hof oordeelde dat de bank op grond van artikel 53 Faillissementswet Pro bevoegd was tot verrekening en dat artikel 54 Faillissementswet Pro niet van toepassing was omdat de vorderingen gedekt waren door pandrecht. De curator had onvoldoende feiten gesteld die de bank als feitelijk beleidsbepaler konden aanwijzen, wat vereist is voor aansprakelijkheid wegens onbehoorlijk bestuur volgens artikel 2:248 BW Pro.
Verder stelde het hof dat de vorderingen wegens onbehoorlijk bestuur en onrechtmatige daad verjaard waren, omdat de curator uiterlijk in 2004 bekend was met de schade en de aansprakelijke partij. De curator had onvoldoende onderbouwd dat de verjaring tijdig was gestuit. Ook de stellingen over onrechtmatige BTW-constructies en selectieve betalingen faalden wegens gebrek aan feitelijke onderbouwing.
Ten slotte oordeelde het hof dat de boekingen van de bank na faillissement administratieve handelingen waren en geen onbevoegde verrekening inhielden. Het arrest bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en veroordeelt de curator in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof wijst de vorderingen van de curator af wegens verjaring en onvoldoende onderbouwing en bevestigt de bevoegdheid van de bank tot verrekening.