ECLI:NL:GHLEE:2011:BP1775
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor opzettelijk nalaten verstrekken gegevens bij bijstandsuitkering
Verdachte werd in hoger beroep veroordeeld wegens het opzettelijk niet tijdig verstrekken van gegevens aan de gemeente die van belang waren voor de vaststelling van haar recht op een bijstandsuitkering. Dit nalaten vond plaats in de periodes van 21 maart 2001 tot 28 juni 2004 en van 20 juni 2006 tot 31 augustus 2007, waarbij verdachte werkzaamheden en inkomsten verzweeg.
Het hof achtte bewezen dat verdachte hiermee de Dienst Sociale Zaken de mogelijkheid ontnam om een juiste beoordeling van haar recht op uitkering te maken, en dat zij hiervan heeft geprofiteerd. Verdachte werd strafbaar geacht op grond van artikel 65 van Pro de Algemene bijstandswet en artikel 17 van Pro de Wet werk en bijstand.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met eerdere veroordelingen en een reclasseringsrapport waarin onder meer financiële problemen en softdruggebruik werden vermeld. Het hof legde een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden op met een proeftijd van twee jaar en reclasseringstoezicht, en een werkstraf van 120 uren, subsidiair te vervangen door 60 dagen hechtenis.
De straf is gematigd ten opzichte van de eis van de advocaat-generaal vanwege de omstandigheden en het feit dat verdachte reeds terugbetaalt aan de gemeente. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van drie maanden met een proeftijd van twee jaar en een werkstraf van 120 uren.