ECLI:NL:GHLEE:2011:BP1972
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak rijden onder invloed wegens ontbreken van feitelijk besturen
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld voor rijden onder invloed van alcohol. In hoger beroep werd het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken.
De kern van het geschil betrof de vraag of de verdachte als bestuurder in de zin van de Wegenverkeerswet 1994 kon worden aangemerkt. De verbalisanten zagen dat verdachte instapte, de lichten aanzette en de motor startte, en dat hij aanstalten maakte om weg te rijden. Het hof oordeelde echter dat het niet duidelijk was of deze gedragingen voldoende waren om te spreken van daadwerkelijk besturen, omdat van beïnvloeding van de voortbeweging of rijrichting van het voertuig nog geen sprake was.
Het hof baseerde zich op jurisprudentie van de Hoge Raad waarin onderscheid wordt gemaakt tussen aanstalten maken, poging tot besturen en daadwerkelijk besturen. Omdat de verdachte niet daadwerkelijk de voortbeweging of rijrichting beïnvloedde, kon hij niet als bestuurder worden beschouwd en moest hij worden vrijgesproken van het ten laste gelegde rijden onder invloed.
Het hof vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak de verdachte vrij van de tenlastelegging. De verdachte was niet verschenen bij de terechtzitting in hoger beroep, maar het hof behandelde de zaak inhoudelijk.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken omdat hij niet als bestuurder in de zin van de Wegenverkeerswet kan worden aangemerkt.