ECLI:NL:GHLEE:2011:BP2734
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.M. Meijer-Campfens
- O. Anjewierden
- G. Dam
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte wegens onvoldoende bewijs misdrijven tegen de zeden
Het gerechtshof Leeuwarden heeft het hoger beroep behandeld tegen het vonnis van de rechtbank Leeuwarden waarin verdachte was veroordeeld voor meerdere misdrijven tegen de zeden. De tenlastelegging betrof onder meer seksueel binnendringen van een minderjarige, het dwingen tot ontuchtige handelingen, exhibitionisme en ontuchtige handelingen met een minderjarige.
Na onderzoek van de feiten en bewijsvoering, waaronder verklaringen van betrokkenen, fotoconfrontaties en getuigenverklaringen, oordeelde het hof dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs was dat verdachte de genoemde feiten had gepleegd. Het hof sprak verdachte vrij van alle feiten, waaronder ook het vierde feit betreffende het aaien van een paard met een minderjarige, dat niet als ontuchtig werd gekwalificeerd.
De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd afgewezen omdat geen straf of maatregel werd opgelegd en artikel 9a Sr niet werd toegepast. Het hof bepaalde dat ieder van de partijen de eigen proceskosten draagt. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het hof op 28 januari 2011.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van alle ten laste gelegde feiten wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.