ECLI:NL:GHLEE:2011:BP3718
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- S. Zwerwer
- W.M. van Schuijlenburg
- J.A.A.M. van Veen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte mishandeling in shoarmazaak wegens onvoldoende bewijs
De verdachte werd in eerste aanleg door de politierechter veroordeeld voor mishandeling van een persoon in een shoarmazaak op 31 augustus 2008. Het hof constateerde een discrepantie in de tenlastelegging betreffende de datum van het delict, namelijk 20 augustus in plaats van 31 augustus 2008.
Tijdens de zitting in hoger beroep bleek dat verdachte moeilijk te verstaan was en dat zijn verklaringen zonder tolk waren afgelegd, waardoor het hof terughoudend was in het gebruik van deze verklaringen. Getuigenverklaringen gaven aan dat een andere persoon mogelijk verantwoordelijk was voor de mishandeling van het slachtoffer.
Het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende overtuigend was om het daderschap van verdachte vast te stellen. Daarom werd het vonnis van de politierechter vernietigd en sprak het hof verdachte vrij van de ten laste gelegde mishandeling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van mishandeling wegens onvoldoende overtuigend bewijs.