ECLI:NL:GHLEE:2011:BP4635
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J. Huiskes
- R.F.C. Spek
- E. Polak
- Rechtspraak.nl
Bevestiging uitspraak rechtbank inzake navorderingsaanslag en boete inkomstenbelasting 2001
Belanghebbende bracht haar onderneming in 2001 in een vennootschap onder firma (vof) in samen met haar dochter en schoonzoon. De inspecteur legde in 2006 een navorderingsaanslag inkomstenbelasting over 2001 op, inclusief een boete, omdat hij van mening was dat er sprake was van een te laag aangegeven belastbaar inkomen door het niet aangeven van stakingswinst bij de inbreng in de vof.
Belanghebbende voerde aan dat de onderneming tegen een zakelijke waarde was ingebracht, gebaseerd op een taxatierapport en dat er geen sprake was van een hogere waarde in het economisch verkeer. De inspecteur stelde dat de waarde bij inbreng hoger had moeten zijn, gelet op de verkoopprijs in 2002 en dat daardoor sprake was van een belastbare overdrachtswinst.
Het hof oordeelde dat de inspecteur geen nieuw feit had om navordering te rechtvaardigen, omdat hij al vóór het opleggen van de aanslag op de hoogte was van de inbreng en latere verkoop. Bovendien kon de inspecteur niet aantonen dat belanghebbende te kwader trouw was. Daarom werd het hoger beroep van de inspecteur ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende in hoger beroep. De boete werd vernietigd omdat geen opzet of grove schuld was vastgesteld.
De uitspraak bevestigt dat navordering zonder nieuw feit of kwade trouw niet mogelijk is en benadrukt het belang van zorgvuldige waardering bij inbreng in een vof.
Uitkomst: Het hof bevestigt de vernietiging van de navorderingsaanslag en boete wegens ontbreken van nieuw feit en kwade trouw.