ECLI:NL:GHLEE:2011:BP6249
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- K. Lahuis
- W.M. van Schuijlenburg
- G.M. Meijer-Campfens
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak uitkeringsfraude wegens ontbreken opzet melding gezamenlijke huishouding
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld wegens het opzettelijk niet melden van een gezamenlijke huishouding met een medeverdachte, wat zou leiden tot onrechtmatige uitkering. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken.
Het hof stelde vast dat hoewel medeverdachte gedurende een deel van de periode zijn hoofdverblijf bij verdachte had en zij daarmee een gezamenlijke huishouding voerden, niet bewezen kon worden dat verdachte zich bewust was van de noodzaak om dit te melden aan de uitkeringsinstantie. Daarbij speelde een rol dat zowel verdachte als medeverdachte beperkte taalvaardigheid en begrip hadden.
De advocaat-generaal had een werkstraf van 180 uur geëist, subsidiair 90 dagen hechtenis, maar het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende was voor opzet. Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en de verdachte werd vrijgesproken van de ten laste gelegde feiten.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van opzet bij het niet melden van gezamenlijke huishouding.