ECLI:NL:GHLEE:2011:BP6658
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G. Dam
- L.T. Wemes
- P. Greve
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel drugshandel
De veroordeelde werd in eerste aanleg veroordeeld tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel. In hoger beroep vorderde het Openbaar Ministerie een hogere vaststelling van het voordeel, waarop het hof het vonnis vernietigde en opnieuw recht deed.
Het hof baseerde de schatting van het voordeel op een aanvullend rapport en getuigenverklaringen, waarbij het voordeel uit drugstransacties werd toegerekend aan de veroordeelde op grond van zijn leidinggevende rol binnen de criminele organisatie. Het totaal werd vastgesteld op €147.061,02, vermeerderd met rente op conservatoir inbeslaggenomen geldbedragen.
De raadsvrouw voerde onder meer wisselkosten en draagkrachtverweer aan, maar het hof verwierp deze verweren wegens onvoldoende aannemelijkheid. Vanwege de uitzonderlijke overschrijding van de redelijke termijn matigde het hof de betalingsverplichting met €7.500, meer dan door de advocaat-generaal voorgesteld.
Het arrest bevestigt de toepassing van artikel 36e Wetboek van Strafrecht en benadrukt dat opbrengsten die in natura zijn genoten, toch aan de organisatie kunnen worden toegerekend. Het vonnis werd vernietigd en het bedrag van €139.561,02 plus rente opgelegd als betalingsverplichting aan de Staat.
Uitkomst: Het hof legt een betalingsverplichting van €139.561,02 plus rente op ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel met matiging wegens termijnoverschrijding.