ECLI:NL:GHLEE:2011:BP7508
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- O. Anjewierden
- G.M. Meijer-Campfens
- J.A.A.M. van Veen
- Rechtspraak.nl
Veroordeling rechtspersoon voor opzettelijke overtreding Wet Bodembescherming
De zaak betreft een hoger beroep tegen een vonnis van de economische politierechter te Leeuwarden, waarin een rechtspersoon werd veroordeeld voor het opzettelijk toepassen van grond in strijd met het Besluit bodemkwaliteit. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en deed opnieuw recht, waarbij het bewezen achtte dat de verdachte tussen 12 februari en 25 mei 2009 grond had toegepast zonder de vereiste kwaliteitsvaststelling en zonder melding van het voornemen aan de minister.
De verdediging voerde aan dat de gebruikte tarragrond van wortelen vrijgesteld was op grond van een vrijstellingsregeling, maar het hof verwierp dit omdat deze specifieke soort niet onder de vrijstelling viel. Het hof nam tevens kennis van een achteraf uitgevoerd grondonderzoek waaruit bleek dat de grond in orde was, maar dit deed niet af aan de strafbaarheid van het handelen.
Het hof oordeelde dat verdachte bewust de wettelijke voorschriften had overtreden en daardoor de beoogde milieudoelen had genegeerd, waarbij ook sprake was van economisch voordeel door het niet verrichten van het onderzoek. Gezien de ernst van het feit en de eerdere milieudelictveroordeling van verdachte, legde het hof een geldboete van € 600 op, waarvan € 300 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Het arrest werd gewezen door drie rechters en de griffier, waarbij het hof tevens bepaalde dat het eerdere vonnis werd vernietigd en het nieuwe vonnis in de plaats trad.
Uitkomst: Verdachte wordt veroordeeld tot een geldboete van € 600, waarvan € 300 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.