ECLI:NL:GHLEE:2011:BP7548

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
15 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-000646-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 361 SvArt. 9a Sr
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijk dwingen met geweld

Het gerechtshof Leeuwarden heeft op 15 maart 2011 het hoger beroep behandeld tegen een vonnis van de politierechter in Groningen. Verdachte werd ervan beschuldigd op of omstreeks 23 november 2007 een persoon wederrechtelijk te hebben gedwongen iets te doen door middel van geweld of bedreiging. De tenlastelegging betrof het vasthouden van een laptop en het stellen van een betalingsvoorwaarde voor teruggave.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep verscheen verdachte niet, waarna verstek werd verleend. De advocaat-generaal had een veroordeling tot een geldboete van €220,-, subsidiair 4 dagen hechtenis, en toewijzing van de schadevergoedingsvordering van de benadeelde partij gevorderd.

Het hof oordeelde echter op basis van het dossier niet overtuigd te zijn van de schuld van verdachte en sprak hem vrij van het ten laste gelegde. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot schadevergoeding, omdat geen straf of maatregel werd opgelegd.

Het arrest vernietigde het vonnis van de politierechter en sprak verdachte vrij, waarbij tevens de kosten van het geding voor rekening van de benadeelde partij blijven.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van wederrechtelijk dwingen met geweld.

Uitspraak

Parketnummer: 24-000646-09
Parketnummer eerste aanleg: 18-650415-08
Arrest van 15 maart 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 5 maart 2009 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1983] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
niet ter terechtzitting verschenen.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, heeft aan verdachte een maatregel opgelegd en heeft beslist op de vordering van de benadeelde partij, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het aan verdachte ten laste gelegde bewezen zal verklaren en verdachte ter zake zal veroordelen tot een geldboete van € 220,-, subsidiair 4 dagen hechtenis. Tevens heeft de advocaat-generaal gevorderd de vordering van de benadeelde partij volledig toe te wijzen, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 23 november 2007, te [plaats], in ieder geval in de gemeente [gemeente], tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, een persoon, te weten [slachtoffer 1], door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader - zakelijk weergegeven - een laptop, welke geheel of ten dele toebehoorde aan die [slachtoffer 1], onder zich gehouden en/of aan die [slachtoffer 1] en/of die [slachtoffer 2] medegedeeld dat hij/zij, verdachte, en/of zijn mededader die laptop pas terug zoud(en) geven als er 200,- euro betaald was.
Vrijspraak
Het hof heeft op grond van de inhoud van het dossier niet de overtuiging verkregen dat verdachte het hem ten laste gelegde heeft begaan.
Het hof zal verdachte derhalve vrij spreken van het hem ten laste gelegde.
Benadeelde partij
Uit het onderzoek ter 's hof terechtzitting is gebleken, dat de benadeelde partij zich in het geding in eerste aanleg heeft gevoegd en dat haar vordering in eerste aanleg geheel is toegewezen. Derhalve duurt de voeging ter zake van haar gehele vordering tot schadevergoeding in het geding in hoger beroep voort.
Nu aan de verdachte geen straf of maatregel wordt opgelegd, terwijl evenmin artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht wordt toegepast, dient de benadeelde partij, gelet op het bepaalde in artikel 361, tweede lid, aanhef en onder a, van het Wetboek van Strafvordering, in haar vordering niet ontvankelijk te worden verklaard, met veroordeling van de benadeelde partij in de kosten van het geding door de verdachte gemaakt, tot aan deze uitspraak begroot op nihil.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij;
verklaart de benadeelde partij niet-ontvankelijk in de vordering.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. O. Anjewierden, voorzitter, mr. J. Hielkema en mr. J.H. Kuiper, in tegenwoordigheid van H. Pool als griffier.