ECLI:NL:GHLEE:2011:BP8936

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
23 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-000857-09
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 326 Sr
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs valse bevoegdheid bij dienstverband zorginstelling

De verdachte werd ervan beschuldigd een zorginstelling te hebben bewogen tot het aangaan van een dienstverband door ten onrechte te beweren dat hij beschikte over het vereiste diploma Verzorgende Individuele Gezondheidszorg (VIG). Volgens de tenlastelegging zou hij dit diploma niet bezitten, terwijl hij dit wel zou hebben voorgewend.

Tijdens het hoger beroep stelde verdachte dat hij het diploma in 1999 had behaald, deels bij de Koninklijke Marine en deels bij het Friese Poort College. Hij verklaarde ook dat hij destijds een kopie van het certificaat had overgelegd bij zijn sollicitatie. Het originele diploma was verloren gegaan door verhuizingen.

Het hof oordeelde dat het bewijs onvoldoende was om vast te stellen dat verdachte niet over de vereiste kwalificaties beschikte. Hierdoor werd het ten laste gelegde niet bewezen verklaard en werd verdachte vrijgesproken. Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij niet beschikte over het vereiste diploma.

Uitspraak

Parketnummer: 24-000857-09
Parketnummer eerste aanleg: 19-620670-08
Arrest van 23 maart 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van 23 maart 2009 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1977] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het ten laste gelegde bewezen zal verklaren en verdachte daarvoor zal veroordelen tot een werkstraf van 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 oktober 2007 tot en met 8 mei 2008 in de gemeente [gemeente], althans in het arrondissement Assen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse naam en/of van een valse hoedanigheid en/of door een of meer listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, [persoon 1] en/of zorggroep [bedrijf] heeft bewogen tot het aangaan van een schuld, te weten een dienstverband als medewerker bij zorggroep [bedrijf], hebbende verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven - valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid in een of meer gesprekken [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3], althans een of meer directieleden en/of medewerkers van zorggroep [bedrijf], laten weten (doen geloven) over een zogenaamd VIG certificaat/VIG diploma te beschikken, waardoor werd bewogen tot het aangaan van bovenomschreven dienstverband, althans het aangaan van een schuld;
Vrijspraak
Verdachte wordt verweten dat hij een zorginstelling heeft bewogen tot het aangaan van een dienstverband, doordat hij ten onrechte heeft voorgewend te beschikken over de voor dat dienstverband vereiste bevoegdheid, te weten het diploma Verzorgende Individuele Gezondheidszorg (VIG).
Verdachte heeft evenwel van meet af aan verklaard het betreffende diploma in 1999 te hebben behaald, deels bij de Koninklijke Marine en deels bij het Friese Poort College. Volgens zijn eigen herinnering heeft verdachte (een kopie van) het certificaat destijds bij zijn sollicitatiegesprek overgelegd. Als gevolg van diverse verhuizingen is het originele diploma thans in het ongerede geraakt.
Zo het in de tenlastelegging omschreven handelen al zou (dienen te) vallen onder de delictsomschrijving van artikel 326 van Pro het Wetboek van Strafrecht, is het hof van oordeel dat onvoldoende wettig en overtuigend is komen vast te staan dat verdachte niet zou beschikken over de vereiste kwalificaties. Reeds hierom dient verdachte te worden vrijgesproken van het hem ten laste gelegde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. J. Hielkema, voorzitter, mr. G.M. Meijer-Campfens en mr. J.P. van Stempvoort, in tegenwoordigheid van J.B. Schwerzel als griffier, zijnde mr. Van Stempvoort voornoemd buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.