ECLI:NL:GHLEE:2011:BP8943
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- G.M. Meijer-Campfens
- J. Hielkema
- J.P. van Stempvoort
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens ontbreken van opzet op vernieling van andermans bomen
De verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk vernielen of beschadigen van vier bomen die aan een ander toebehoorden. Hij stelde dat de bomen hem toebehoorden op grond van verkrijgende verjaring. Het hof oordeelde dat voor een bewezenverklaring van vernieling vereist is dat het opzet van verdachte niet alleen gericht was op het vernielen zelf, maar ook op de wetenschap dat de bomen aan een ander toebehoorden.
Uit het dossier en de verklaringen bleek dat verdachte twee bomen had geknot en twee zieke bomen had afgezaagd, gelegen op of nabij de erfafscheiding tussen zijn perceel en dat van zijn buurman. Het hof vond echter niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het opzet had om bomen te vernielen die aan een ander toebehoorden.
Daarmee ontbrak het vereiste opzet voor een veroordeling op grond van artikel 350 Sr Pro. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en sprak verdachte vrij. Tevens werd de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering tot schadevergoeding en veroordeeld in de kosten van het geding.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van het vereiste opzet op vernieling van andermans bomen.