ECLI:NL:GHLEE:2011:BP9345
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- W. Foppen
- P. Koolschijn
- W.P.M. ter Berg
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en matiging ontnemingsvordering wegens wederrechtelijk verkregen voordeel uit drugshandel
In hoger beroep heeft het Gerechtshof Leeuwarden de ontnemingsvordering tegen de veroordeelde herbeoordeeld. De rechtbank Groningen had eerder het wederrechtelijk verkregen voordeel vastgesteld op €47.383,77, maar het hof stelde dit bedrag bij op basis van een gedetailleerde analyse van opbrengsten en aftrekposten.
De veroordeelde was veroordeeld voor diverse zware strafbare feiten, waaronder medeplegen van drugshandel en medeplegen van vrijheidsberoving en moord. De raadsman voerde meerdere verweren aan tegen de hoogte en betrouwbaarheid van de berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel, waaronder onbetrouwbaarheid van getuigenverklaringen en onjuiste aftrekposten.
Het hof verwierp de meeste verweren, oordeelde dat de gebruikte getuigenverklaringen betrouwbaar waren en dat de aftrekposten slechts deels konden worden gehonoreerd. De totale opbrengsten werden geschat op €34.282,39 en de aftrekposten op €12.073,-, resulterend in een voordeel van €22.209,39. Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn matigde het hof dit bedrag met 10%, waardoor de ontnemingsverplichting €19.988,45 bedraagt.
Het arrest vernietigt het vonnis van het hof in eerste aanleg en legt de aangepaste ontnemingsverplichting op aan de veroordeelde.
Uitkomst: Veroordeelde is verplicht €19.988,45 aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.