ECLI:NL:GHLEE:2011:BP9414
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van voordeel trekken uit misdrijf
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het vermeende opzettelijk voordeel trekken uit opbrengsten van een misdrijf, door het gebruik van een woning en de daarbij behorende nutsvoorzieningen en consumptie van eet- en drinkwaren die betaald zouden zijn uit criminele opbrengsten. De politierechter veroordeelde verdachte, maar het hof vernietigde dit vonnis in hoger beroep.
Het hof oordeelde dat niet was komen vast te staan dat de huur van de woning, de nutsvoorzieningen of de consumptie van eet- en drinkwaren door verdachte werden betaald uit opbrengsten van enig misdrijf. De advocaat-generaal had een werkstraf geëist, maar het hof vond het bewijs onvoldoende om tot een veroordeling te komen.
Daarom sprak het hof verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten. Het arrest werd gewezen door een meervoudige strafkamer van het gerechtshof Leeuwarden op 28 maart 2011.
Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van voordeel trekken uit misdrijf.