ECLI:NL:GHLEE:2011:BP9828

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
29 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-00857-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 SrArt. 63 SrArt. 285 SrArt. 300 SrArt. 13 Wet wapens en munitie
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Gevangenisstraf voor mishandeling, bedreiging en bezit aanstekerpistool ex-vriendin

De verdachte werd in hoger beroep veroordeeld voor mishandeling, bedreiging en het voorhanden hebben van een aanstekerpistool gericht tegen zijn ex-vriendin. De feiten vonden plaats in de nacht van 17 op 18 februari 2007, waarbij de verdachte onder invloed van alcohol de woning van het slachtoffer binnenging en haar mishandelde, bedreigde met de woorden 'Waar is dat wijf. Ik maak haar dood' en een aanstekerpistool bij zich had.

Het hof achtte de drie feiten bewezen en kwalificeerde deze als mishandeling, bedreiging met een misdrijf tegen het leven en het handelen in strijd met de Wet wapens en munitie. Verdachte werd strafbaar verklaard en strafuitsluitingsgronden werden niet aangenomen.

De verdediging verzocht om een werkstraf gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf, maar het hof oordeelde dat gezien de ernst van de feiten en de eerdere veroordelingen van verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend was. Het hof legde een gevangenisstraf van zes weken op en bepaalde dat de tijd die verdachte reeds in verzekering had doorgebracht in mindering werd gebracht.

Het hof vernietigde het eerdere vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht, waarbij verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen die niet bewezen waren. Het arrest werd gewezen door de meervoudige strafkamer van het gerechtshof Leeuwarden op 29 maart 2011.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf wegens mishandeling, bedreiging en het voorhanden hebben van een aanstekerpistool.

Uitspraak

Parketnummer: 24-000857-10
Parketnummer eerste aanleg: 18-653631-08
Arrest van 29 maart 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Groningen van 9 januari 2009 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1967] te [geboorteplaats],
volgens eigen opgave ter terechtzitting wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsvrouw mr. G.I.T. Spaan, advocaat te Haren.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof de verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
feit 1:
hij in of omstreeks de nacht van 17 op 18 februari 2007, in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), heeft gestompt en/of geslagen en/of geduwd, tengevolge waarvan die [slachtoffer] is gevallen, en/of - terwijl die [slachtoffer] op de grond lag - die [slachtoffer] heeft geschopt en/of getrapt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;
feit 2:
hij in of omstreeks de nacht van 17 op 18 februari 2007, in de gemeente [gemeente],
[slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend de woorden geroepen: "Waar is dat wijf. Ik maak haar dood", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking;
feit 3:
hij op of omstreeks 18 februari 2007, in de gemeente [gemeente], een wapen van categorie I onder 7°, te weten een aanstekerpistool, zijnde (een) voorwerp(en) dat/die voor wat betreft zijn vorm, afmeting en kleur een sprekende gelijkenis vertoonde(n) met (een) vuurwapen(s) en/of met (een) voor ontploffing bestemde voorwerp(en) voorhanden heeft gehad.
Bewezenverklaring
Het hof acht bewezen dat:
feit 1:
hij in de nacht van 17 op 18 februari 2007, in de gemeente [gemeente], opzettelijk mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer]), heeft gestompt en geslagen en geduwd, tengevolge waarvan die [slachtoffer] is gevallen, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;
feit 2:
hij in de nacht van 17 op 18 februari 2007, in de gemeente [gemeente],
[slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend de woorden geroepen: "Waar is dat wijf. Ik maak haar dood".
feit 3:
hij op 18 februari 2007, in de gemeente [gemeente], een wapen van categorie I onder 7°, te weten een aanstekerpistool, zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn vorm, afmeting en kleur een sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, voorhanden heeft gehad.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert respectievelijk op de misdrijven:
1.
mishandeling;
2.
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;
3.
handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
In de nacht van 17 op 18 februari 2007 heeft verdachte zich onder invloed van alcoholhoudende drank schuldig gemaakt aan mishandeling van zijn toenmalige vriendin [slachtoffer]. Verdachte is woedend de woning van die [slachtoffer] binnengegaan, waarna hij [slachtoffer] - die hij aantrof op de bovenverdieping - heeft gestompt, geslagen en geduwd, waardoor zij op de grond in de badkamer is gevallen. Als gevolg hiervan heeft aangeefster niet alleen pijn ondervonden, maar ook letsel opgelopen. Door het plegen van dit feit is de lichamelijke integriteit van aangeefster geschonden.
Daarnaast heeft verdachte zich kort voor de mishandeling schuldig gemaakt aan bedreiging van [slachtoffer], door te roepen: 'Waar is dat wijf. Ik maak haar dood'. Door op een dergelijke intimiderende en bedreigende wijze op te treden heeft hij bij voornoemde [slachtoffer] angst teweeggebracht.
Voorts heeft verdachte een op een vuurwapen gelijkend aanstekerpistool voorhanden gehad.
Uit het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 19 januari 2011 blijkt dat verdachte vóór 18 februari 2007 meermalen wegens het plegen van strafbare feiten, waaronder een mishandeling en een bedreiging, onherroepelijk is veroordeeld. Desondanks heeft een en ander verdachte er niet van kunnen weerhouden de hiervoor bewezen verklaarde feiten te begaan.
Ter zitting is door de raadsvrouw aangevoerd dat aan verdachte een werkstraf, gecombineerd met een voorwaardelijke gevangenisstraf, opgelegd dient te worden in plaats van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf.
Het hof is echter van oordeel dat - gelet op het vorenstaande en mede bezien vanuit het oogpunt van normhandhaving en vergelding - ter bestraffing van het plegen van de bewezen verklaarde feiten met geen andere straf kan worden volstaan dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke vrijheidstraf. Aan verdachte zal - zoals in eerste aanleg opgelegd en door de advocaat-generaal gevorderd - een gevangenisstraf voor de duur van zes weken worden opgelegd.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 57, 63, 285 en 300 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet wapens en munitie, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 1, 2 en 3 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van zes weken;
beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering wordt gebracht.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. W. Foppen, voorzitter, mr. G.M. Meijer-Campfens en mr. J. Hielkema, in tegenwoordigheid van mr. J. Brink als griffier.