ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0204

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
29 maart 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-000566-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 49 Algemene Ouderdomswet
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak sociale zekerheidsfraude wegens onvoldoende bewijs opzettelijk onjuiste gegevensverstrekking

Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep tegen een veroordeling voor sociale zekerheidsfraude, waarbij verdachte werd beschuldigd van het opzettelijk onjuist invullen van documenten en het niet melden van samenwoning met een ander persoon.

De tenlastelegging betrof het valselijk invullen van formulieren bij de Sociale Verzekeringsbank in de periode van 1997 tot 2007, met name het onjuist aangeven dat verdachte de enige bewoner was van het adres en dat hij ongehuwd was en geen gezamenlijke huishouding voerde. De rechtbank Groningen had verdachte veroordeeld, maar het hof oordeelde dat het dossier en de ter zitting verhandelde feiten onvoldoende overtuigend bewijs bevatten dat verdachte opzettelijk onjuiste verklaringen had afgelegd.

Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van alle ten laste gelegde feiten. De raadsman van verdachte was aanwezig tijdens de zitting, terwijl verdachte zelf niet verscheen. De uitspraak benadrukte het belang van overtuigend bewijs bij het vaststellen van opzet in sociale zekerheidsfraudezaken.

Uitkomst: Verdachte is vrijgesproken van sociale zekerheidsfraude wegens onvoldoende bewijs van opzettelijk onjuist invullen van documenten.

Uitspraak

Parketnummer: 24-000566-10
Parketnummer eerste aanleg: 18-676007-07
Arrest van 29 maart 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Groningen van 8 februari 2010 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1933] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
niet ter terechtzitting verschenen. Wel verschenen is de raadsman van verdachte mr. G. Bakker, advocaat te Groningen.
Het vonnis waarvan beroep
De rechtbank Groningen heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
De raadsman van verdachte heeft verklaard uitdrukkelijk te zijn gemachtigd verdachte ter terechtzitting te verdedigen.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof het aan verdachte onder 1. en 2. ten laste gelegde bewezen zal verklaren en hem ter zake zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van 240 uren, subsidiair 120 dagen hechtenis, waarvan 120 uren, subsidiair 60 dagen hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd voor de duur van 2 jaren.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
feit 1
hij op één op meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 11 augustus 1997 tot en met 30 juni 2000 te [plaats], in de gemeente [gemeente] althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander, althans alleen, (telkens) (een) geschrift(en) dat/die bestemd was/waren om tot bewijs van enig feit te dienen - te weten:
a) een formulier van de Sociale Verzekeringsbank, namelijk het Inkomstenopgaveformulier Anw-gerechtigden, gedagtekend op 11 augustus 1997 (zie bijlage 11), waarop (onder meer) de volgende vraag moest worden beantwoord: "Bent u de enige bewoner van het adres, waarop u op dit moment feitelijk woont? (vraag 5)", althans een vraag van soortgelijke aard en/of strekking - valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, immers heeft/hebben verdachte en/of zijn mededader(s) valselijk als antwoord op de vraag "Bent u de enige bewoner van het adres, waarop u op dit moment feitelijk woont? (vraag 5)" een kruisje gezet in het hokje "Ja", terwijl hij, verdachte, niet de enige bewoner was van het adres alwaar hij feitelijk woonde en/of
b) een formulier van de Sociale Verzekeringsbank, namelijk de Aanvraag om AOW-pensioen, gedagtekend op 28 mei 1998 (zie bijlage 13) bij vraag 3, betreffende de leefsituatie, heeft/hebben vermeld dat hij, verdachte, ongehuwd was en dat hij, verdachte, de huisvesting met geen andere persoon deelde, althans een vermelding van soortgelijke aard en/of strekking - valselijk heeft/hebben opgemaakt of vervalst, aangezien hij, verdachte, de huisvestiging wel met (een) ander(e) perso(o)n(en) deelde
en/of (telkens) dat/die formulier(en) ondertekend, zulks met het oogmerk om dat geschrift als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
feit 2
hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juli 2000 tot en met 9 augustus 2007 te [plaats], in de gemeente [gemeente] in elk geval in Nederland, tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen, (telkens) in strijd met een hem/haar/hun bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten de inlichtingenverplichting op grond van artikel 49 van Pro de Algemene Ouderdomswet, opzettelijk heeft/hebben nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, zulks terwijl dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten zijn, verdachtes, recht op een uitkering krachtens de Algemene Ouderdomswet, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft hij, verdachte en/of zijn mededader(s) (telkens) niet opgegeven dat hij, verdachte, samenwoonde met [betrokkene], dan wel met die [betrokkene] een gezamenlijke huishouding voerde.
Vrijspraak
Het hof heeft op grond van de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet de overtuiging verkregen dat verdachte de in feit 1 bedoelde documenten opzettelijk onjuist heeft ingevuld. Evenmin heeft het hof de overtuiging verkregen dat verdachte ten tijde van de ten laste gelegde periode samenwoonde of een gezamenlijke huishouding voerde met [betrokkene] (feit 2).
Het hof zal verdachte derhalve vrijspreken van het hem onder 1. en 2. ten laste gelegde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte onder 1. en 2. ten laste gelegde niet bewezen en spreekt hem daarvan vrij.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. J. Hielkema, voorzitter, mr. W. Foppen en mr. G.M. Meijer-Campfens, in tegenwoordigheid van H. Pool als griffier.