ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0213
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J. Hielkema
- W. Foppen
- G.M. Meijer-Campfens
- Rechtspraak.nl
Vaststelling en ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel door hennepteelt
De veroordeelde is door de politierechter veroordeeld wegens opzettelijk handelen in strijd met artikel 3, onder B, van de Opiumwet, gepleegd in de periode van 1 juni 2007 tot en met 5 juni 2008. In hoger beroep heeft het hof het bedrag van het wederrechtelijk verkregen voordeel opnieuw vastgesteld op basis van een rapport over de hennepopbrengst en de verklaringen van de veroordeelde.
Het hof berekende de bruto opbrengst van de hennepteelt op €8.688,42 en trok de kosten van €3.229,15 af, waardoor het voordeel op €5.459,27 werd vastgesteld. De verdediging voerde matiging aan vanwege terugvorderingen door UWV en Belastingdienst, maar het hof oordeelde dat deze partijen niet als benadeelde derden gelden en wees dit af.
Ook het verweer van draagkrachtvermindering werd verworpen, aangezien de draagkracht pas in de executiefase aan de orde kan komen en onvoldoende aannemelijk was dat de veroordeelde niet kan betalen. Het hof vernietigde het eerdere vonnis en legde de veroordeelde de verplichting op om €5.459,27 aan de Staat te betalen ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel.
Uitkomst: Het hof stelt het wederrechtelijk verkregen voordeel vast op €5.459,27 en legt de verplichting op dit bedrag aan de Staat te betalen.