ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0226
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- H.M.E. Laméris-Tebbenhoff Rijnenberg
- K.J. van Dijk
- A.J. Rietveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging veroordeling poging tot doodslag met voorwaardelijke opzet en afwijzing noodweerverweer
De zaak betreft het hoger beroep tegen een vonnis van de rechtbank Groningen waarin verdachte werd veroordeeld voor poging tot doodslag. Verdachte stak het slachtoffer met een mes in het hoofd en de schouder en sloeg en schopte hem terwijl hij op de grond lag. Verdachte voerde verweer dat hij uit noodweer handelde, wat door het hof werd verworpen wegens het ontbreken van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding.
De raadsman van verdachte stelde dat het letsel van het slachtoffer beperkt was tot enkele kleine verwondingen en dat daardoor het opzet op de dood of zwaar lichamelijk letsel niet bewezen kon worden. Het hof oordeelde echter dat de gedragingen van verdachte naar hun uiterlijke verschijningsvorm zozeer gericht waren op de dood van het slachtoffer dat sprake was van voorwaardelijke opzet, waarbij verdachte de aanmerkelijke kans op dat gevolg heeft aanvaard.
Het hof bevestigde het vonnis van de rechtbank met verbetering en aanvulling van de motivering omtrent het opzet en de strafbaarheid. Het beroep op noodweer en noodweerexces faalde omdat verdachte zonder aanleiding het slachtoffer aanviel en zelf het mes pakte. Het hof veroordeelde verdachte tot een gevangenisstraf van vier jaar met aftrek van voorarrest en wees tevens de vordering tot schadevergoeding van het slachtoffer toe met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf wegens poging tot doodslag met voorwaardelijke opzet, terwijl het beroep op noodweer en noodweerexces is afgewezen.