ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ0381

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
5 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-002374-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 OpiumwetArt. 11 OpiumwetArt. 3 onder C Opiumwet
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor opzettelijk bezit en teelt van hennep in strijd met Opiumwet

Het gerechtshof Leeuwarden heeft op 5 april 2011 het vonnis van de politierechter vernietigd en in hoger beroep een andere bewezenverklaring vastgesteld. Verdachte werd bewezen dat hij op of omstreeks 25 juni 2009 in een pand te [plaats] een hoeveelheid van circa 2868 gram hennep en 80 hennepplanten opzettelijk aanwezig had. Dit handelen is strafbaar gesteld in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet.

Het hof achtte verdachte strafbaar en verwierp strafuitsluitingsgronden. Bij de strafoplegging heeft het hof rekening gehouden met de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder een eerdere veroordeling voor soortgelijke feiten. De advocaat-generaal had een gevangenisstraf van twee maanden gevorderd, welke straf het hof passend en geboden achtte.

Het hof veroordeelde verdachte bij verstek tot een gevangenisstraf van twee maanden. Tevens sprak het hof verdachte vrij van hetgeen niet bewezen werd verklaard. Dit arrest is gewezen door een meervoudige strafkamer bestaande uit drie rechters.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een gevangenisstraf van twee maanden voor het opzettelijk aanwezig hebben van hennep en hennepplanten.

Uitspraak

Parketnummer: 24-002374-10
Parketnummer eerste aanleg: 17-753052-10
Arrest van 5 april 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 29 juni 2010 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1970] te [geboorteplaats],
postadres: [postadres],
niet ter terechtzitting verschenen.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens misdrijven veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Het hof heeft verstek verleend tegen de niet verschenen verdachte.
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep op 22 maart 2011.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof komt tot een andere bewezenverklaring dan de eerste rechter. Daarom zal het vonnis worden vernietigd en opnieuw recht worden gedaan.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 25 juni 2009, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan de [straat]) een hoeveelheid van (in totaal) ongeveer 2868 gram (van een materiaal bevattende) hennep en/of ongeveer 80, althans een groot aantal hennepplanten en/of delen daarvan, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een materiaal bevattende hennep, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Bewezenverklaring
Het hof acht bewezen dat:
hij op 25 juni 2009, te [plaats], in de gemeente [gemeente], opzettelijk aanwezig heeft gehad, in een pand aan de [straat], een hoeveelheid van 2868 gram
hennep en 80 hennepplanten, zijnde hennep een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft op 25 juni 2009 te [plaats] 2868 gram aan henneptoppen en 80 hennepplanten aanwezig gehad. De strafwaardigheid hiervan is gelegen in de bedreiging die het gebruik van dergelijke stoffen voor de volksgezondheid vormt en de met dit gebruik gepaard gaande criminaliteit.
Voorts is in aanmerking genomen het verdachte betreffend uittreksel justitiële documentatie d.d. 26 januari 2011, waaruit blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke feiten.
Tevens heeft het hof gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte, voor zover die uit het dossier naar voren zijn gekomen.
In eerste aanleg is een gevangenisstraf opgelegd en die strafmodaliteit is ook nu door de advocaat-generaal gevorderd. Door verdachte zijn geen argumenten aangevoerd op grond waarvan het hof tot een andere strafoplegging dient te komen. Gelet op de documentatie van verdachte, waar uit recidive ter zake van soortgelijke feiten volgt, acht het hof - onder deze omstandigheden - een vrijheidsstraf noodzakelijk. De na te noemen duur van de op te leggen gevangenisstraf acht het hof niet alleen passend, maar ook geboden.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 3 en 11 van de Opiumwet, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP bij verstek:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot gevangenisstraf voor de duur van twee maanden.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. P.J.M. van den Bergh, voorzitter, mr. H.J. Deuring en mr. J. Dolfing, in tegenwoordigheid van mr. G.M. Fondse als griffier.