ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ1148
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- J.J. Beswerda
- W.M. van Schuijlenburg
- H.M. Poelman
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen voorlopige hechtenis wegens dood door schuld in het verkeer
Het openbaar ministerie stelde hoger beroep in tegen de beslissing van de raadkamer van de rechtbank Leeuwarden die de gevorderde gevangenhouding van verdachte deels had toegewezen en deels afgewezen. De raadsman van verdachte voerde aan dat het openbaar ministerie niet ontvankelijk was omdat de gevangenhouding reeds was toegewezen en betwistte tevens de grondslag voor de voorlopige hechtenis.
Het hof oordeelde dat het openbaar ministerie ontvankelijk was omdat de vordering tot gevangenhouding niet volledig was toegewezen. Vervolgens beoordeelde het hof of er ernstige bezwaren bestonden tegen verdachte met betrekking tot de primair tenlastegelegde feiten van doodslag en poging tot doodslag. Het hof concludeerde dat het dossier onvoldoende aanwijzingen bevatte voor opzet en dat er wel ernstige bezwaren waren voor de subsidiaire feiten van dood door schuld en zwaar lichamelijk letsel door schuld.
Het hof verwierp echter de door de rechtbank gehanteerde recidivegrond voor voorlopige hechtenis omdat verdachte eerder slechts voor lichte verkeersdelicten was veroordeeld. Ook vond het hof geen andere gronden voor voorlopige hechtenis aanwezig. Gezien de maximale straf van negen jaar voor dood door schuld in het verkeer, achtte het hof voorlopige hechtenis niet mogelijk.
Daarom vernietigde het hof de beschikking van de rechtbank, wees de vordering tot gevangenhouding af en beval de onmiddellijke invrijheidsstelling van verdachte. Het hof benadrukte dat de beoordeling van voorlopige hechtenis strikt volgens de wettelijke voorschriften moet plaatsvinden en losstaat van de strafzaak zelf.
Uitkomst: De vordering tot gevangenhouding wordt afgewezen en verdachte wordt onmiddellijk in vrijheid gesteld.