ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ1632

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
15 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-000509-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 22c SrArt. 22d SrArt. 63 SrArt. 285 Sr
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling wegens bedreiging van beveiligingsmedewerker met levensbedreigend misdrijf

Op 6 november 2009 bedreigde verdachte een beveiligingsmedewerker van een theater met de woorden "Ik sla je kop eraf" en "Ik schop je kop eraf", terwijl de politie al aanwezig was. Deze bedreiging vond plaats nadat verdachte door de beveiligingsmedewerker uit het theater was verwijderd.

De rechtbank veroordeelde verdachte, waarna hij hoger beroep instelde. Het gerechtshof Leeuwarden vernietigde het vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht. Het hof achtte bewezen dat verdachte zich schuldig maakte aan bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht en verklaarde verdachte strafbaar. Andere tenlasteleggingen werden niet bewezen verklaard.

Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het plaatsvond en de persoon van verdachte, waaronder eerdere veroordelingen voor agressiedelicten. Gezien zijn relatief jonge leeftijd en tekenen van gedragsverbetering legde het hof een onvoorwaardelijke werkstraf van veertig uur op, met een vervangende hechtenis van twintig dagen bij niet-nakoming.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een werkstraf van veertig uur wegens bedreiging met een misdrijf tegen het leven gericht.

Uitspraak

Parketnummer: 24-000509-10
Parketnummer eerste aanleg: 17-880513-09
Arrest van 15 april 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Leeuwarden van 19 februari 2010 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1990] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
opgegeven ter terechtzitting: verblijvende te [verblijfplaats],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. R.J.E. van Haarst, advocaat te Winschoten.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Leeuwarden heeft de verdachte bij het vonnis wegens een misdrijf veroordeeld tot een straf, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte zal veroordelen tot een werkstraf voor de duur van veertig uren, subsidiair twintig dagen hechtenis.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
hij op of omstreeks 6 november 2009 te [plaats], (althans) in de gemeente [gemeente], [slachtoffer] (beveiligingsmedewerker) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik sla je kop eraf" en/of "Ik schop je kop eraf", althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking.
Bewezenverklaring
Het hof acht bewezen dat:
hij op 6 november 2009 te [plaats], [slachtoffer] (beveiligingsmedewerker) heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] dreigend de woorden toegevoegd: "Ik sla je kop eraf" en "Ik schop je kop eraf".
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het feit is begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich op 6 november 2009 schuldig gemaakt aan bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht van [slachtoffer], werkzaam als beveiligingsmedewerker bij een theater in [plaats]. Verdachte was door die [slachtoffer] uit het theater verwijderd en hij heeft daarop, terwijl de gewaarschuwde politie al ter plaatse was, die [slachtoffer] toegeroepen dat hij diens kop eraf zou slaan en dat hij diens kop eraf zou schoppen. Door dit optreden heeft verdachte de integriteit van [slachtoffer] aangetast en vrees opgewekt hetgeen deze beveiligingsmedewerker kan belemmeren in zijn functioneren.
De samenleving als geheel, waar ook de verdachte deel van uitmaakt, heeft er belang bij dat een beveiligingsmedewerker in staat wordt gesteld zijn functie op een adequate en normale wijze te vervullen. Dat lukt niet als elke burger in een dwarse of dronken bui meent zelf te kunnen bepalen of hij zich aan de regels wenst te houden om vervolgens, als hij daarop wordt aangesproken, de betreffende gezagsdrager verbaal te na te komen. De verdachte was op 6 november 2009 zo'n burger in een dwarse en dronken bui. Het moet de verdachte inmiddels duidelijk zijn dat die houding niet kan worden getolereerd.
Bij de straftoemeting is in aanmerking genomen dat verdachte - blijkens een hem betreffend uittreksel uit de Justitiële Documentatie d.d. 31 januari 2011 - eerder onherroepelijk is veroordeeld ter zake van agressiedelicten.
Het hof houdt er daarnaast rekening mee dat verdachte, die relatief jong is, zijn leven lijkt te hebben gebeterd.
Gelet op al het voorgaande acht het hof oplegging van een onvoorwaardelijke werkstraf van veertig uren op zijn plaats.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 22c, 22d, 63 en 285 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart dit feit en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot taakstraf, bestaande uit een werkstraf, voor de duur van veertig uren, met bevel voor het geval dat de veroordeelde de werkstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis voor de duur van twintig dagen zal worden toegepast;
beveelt dat de tijd door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de voormelde werkstraf geheel in mindering wordt gebracht, berekend naar de maatstaf van twee uren werkstraf per dag;
heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. H.J. Deuring, voorzitter, mr. D.V.E.M. van der Wiel-Rammeloo en mr. F.R. Vermeer, in tegenwoordigheid van mr. A. Meester als griffier, zijnde mr. F.R. Vermeer buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.