ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ1986

Gerechtshof Leeuwarden

Datum uitspraak
19 april 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
24-000102-10
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 23 SrArt. 24 SrArt. 24c SrArt. 57 SrArt. 180 Sr
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling verdachte voor wederspannigheid tegen opsporingsambtenaren

Het gerechtshof Leeuwarden behandelde het hoger beroep van verdachte tegen het vonnis van de politierechter in Assen. Verdachte werd vrijgesproken van een ten laste gelegde feit en veroordeeld zonder strafoplegging voor wederspannigheid. Het hof verklaarde het hoger beroep tegen de vrijspraak niet-ontvankelijk en vernietigde het vonnis voor zover het hoger beroep mogelijk was.

Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich op 22 mei 2008 te [plaats] met geweld verzette tegen opsporingsambtenaren van Regiopolitie Drenthe die hem hadden aangehouden en trachtten te geleiden naar een hulpofficier van Justitie. Dit verzet uitte zich in het bewegen in een andere richting en het maken van slaande bewegingen.

Hoewel verdachte zich in een moeilijke levensfase bevond en emotioneel belast was door een verdenking van huiselijk geweld, oordeelde het hof dat zijn gedrag onacceptabel was. Gezien de maatschappelijke rol van politieambtenaren achtte het hof strafoplegging op zijn plaats. Verdachte was niet eerder veroordeeld, en het hof legde een geldboete van €250,- op, met een subsidiaire maatregel van vijf dagen vervangende hechtenis bij niet-betaling.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot een geldboete van €250,-, subsidiair vijf dagen vervangende hechtenis wegens wederspannigheid.

Uitspraak

Parketnummer: 24-000102-10
Parketnummer eerste aanleg: 19-605861-08
Arrest van 19 april 2011 van het gerechtshof te Leeuwarden, meervoudige strafkamer, op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Assen van
6 januari 2010 in de strafzaak tegen:
[verdachte],
geboren op [1966] te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats], [adres],
verschenen in persoon, bijgestaan door zijn raadsman mr. C. Eenhoorn, advocaat te Groningen.
Het vonnis waarvan beroep
De politierechter in de rechtbank Assen heeft de verdachte bij het vonnis vrijgesproken van het onder 1 ten laste gelegde en heeft de verdachte ter zake van het onder 2 ten laste gelegde veroordeeld zonder over te gaan tot strafoplegging, zoals in dat vonnis omschreven.
Gebruik van het rechtsmiddel
De verdachte is op de voorgeschreven wijze en tijdig in hoger beroep gekomen.
Het onderzoek ter terechtzitting in hoger beroep
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Ontvankelijkheid van het hoger beroep
Voor zover het hoger beroep is gericht tegen de vrijspraak ter zake van het onder 1 ten laste gelegde, kan verdachte daarin niet worden ontvangen.
De vordering van de advocaat-generaal
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het hof verdachte ter zake van het onder 2 ten laste gelegde zal veroordelen tot een geldboete van € 250,-, subsidiair 5 dagen vervangende hechtenis.
De beslissing op het hoger beroep
Het hof zal het vonnis, voor zover aan hoger beroep onderworpen, vernietigen en opnieuw recht doen.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is, voor zover in hoger beroep van belang en met inachtneming van de wijziging die door de eerste rechter is toegelaten, ten laste gelegd, dat:
2.
verdachte op of omstreeks 22 mei 2008, te [plaats], althans in de gemeente [gemeente], zich met geweld heeft verzet tegen [verbalisant 1] en/of J[verbalisant 2] en/of [verbalisant 3], zijnde (een) opsporingsambtenaren/ opsporingsambtenaar van Regiopolitie Drenthe, die verdachte ingeval van ontdekking op heterdaad had(den) aangehouden verdacht van overtreding van artikel 300 van Pro het Wetboek van Strafrecht en verdachte trachtte(n) ten spoedigste voor een hulpofficier van Justitie te geleiden en verdachte daartoe had(den) vastgegrepen en met zich trachtte(n) te voeren en aldus werkzaam was/waren in de rechtmatige uitoefening zijner/ hunner bediening, welk verzet zich uitte door zich in een andere richting te bewegen dan die waarin de ambtenaren verdachte trachtte(n) met zich te voeren en/of woordelijk verzet te plegen en/of slaande bewegingen te maken naar die opsporingsambtenaren.
Bewezenverklaring
Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 2 ten laste gelegde heeft begaan, met dien verstande dat:
2.
verdachte op 22 mei 2008, te [plaats], zich met geweld heeft verzet tegen [verbalisant 1] en J[verbalisant 2], zijnde opsporingsambtenaren van Regiopolitie Drenthe, die verdachte hadden aangehouden verdacht van overtreding van artikel 300 van Pro het Wetboek van Strafrecht en verdachte trachtten ten spoedigste voor een hulpofficier van Justitie te geleiden en verdachte daartoe hadden vastgegrepen en met zich trachtten te voeren en aldus werkzaam waren in de rechtmatige uitoefening hunner bediening, welk verzet zich uitte door zich in een andere richting te bewegen dan die waarin de ambtenaren verdachte trachtten met zich te voeren en slaande bewegingen te maken naar die opsporingsambtenaren.
Het hof acht niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen.
Kwalificatie
Het bewezen verklaarde levert op het misdrijf:
2.
wederspannigheid, meermalen gepleegd.
Strafbaarheid
Het hof acht verdachte strafbaar. Strafuitsluitingsgronden worden niet aanwezig geacht.
Strafmotivering
Het hof heeft de op te leggen straf bepaald op grond van de aard en ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon van verdachte. Daarbij heeft het hof in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen.
Verdachte heeft zich op 22 mei 2008 tegen zijn aanhouding verzet. Hoewel aannemelijk is geworden dat verdachte zich op dat moment in een moeilijke periode van zijn leven bevond en het feit dat hij van huiselijk geweld werd verdacht veel emoties bij hem kan hebben losgemaakt, is dit gedrag volstrekt onacceptabel. Politieambtenaren verdienen gezien de rol die zij in de samenleving vervullen, respect, en moeten hun werk kunnen uitoefenen zonder dat er geweld tegen hen wordt uitgeoefend. Gelet hierop is het hof van oordeel dat niet kan worden volstaan met de enkele constatering dat verdachte een strafbaar feit heeft gepleegd, en acht het hof - anders dan de politierechter - strafoplegging op zijn plaats.
Het hof neemt in aanmerking dat verdachte blijkens een hem betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 9 februari 2011, niet eerder is veroordeeld ter zake van strafbare feiten.
Hoewel ter zake van wederspannigheid in het algemeen geen lichtere strafmodaliteit dan een werkstraf wordt toegepast, acht het hof in het onderhavige geval een geldboete van na te melden hoogte in voldoende mate recht doen aan alle omstandigheden.
Toepassing van wetsartikelen
Het hof heeft gelet op de artikelen 23, 24, 24c, 57 en 180 van het Wetboek van Strafrecht, zoals deze artikelen golden ten tijde van het bewezen verklaarde.
De uitspraak
HET HOF,
RECHT DOENDE OP HET HOGER BEROEP:
verklaart de verdachte niet ontvankelijk in zijn hoger beroep, voor zover dit is gericht tegen de vrijspraak ter zake van onder 1 ten laste gelegde;
vernietigt het vonnis, waarvan beroep, en opnieuw recht doende:
verklaart het verdachte onder 2 ten laste gelegde bewezen en kwalificeert dit als hiervoor vermeld en verklaart deze feiten en verdachte strafbaar;
verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte als voormeld onder 2 meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven als bewezen is aangenomen en spreekt verdachte daarvan vrij;
veroordeelt verdachte [verdachte] tot een geldboete van tweehonderdvijftig euro;
beveelt dat vervangende hechtenis voor de duur van vijf dagen zal worden toegepast, indien noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt.
Dit arrest is aldus gewezen door mr. W. Foppen, voorzitter, mr. J. Hielkema en mr. H. Heins, in tegenwoordigheid van mr. H. Akkerman als griffier, zijnde mr. Heins buiten staat dit arrest mede te ondertekenen.