ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ2596
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- Meijer-Campfens
- Lahuis
- Dolfing
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak poging moord en veroordeling poging doodslag met voorwaardelijke straf
Op 29 juli 2009 ontstond een conflict tussen verdachte en het slachtoffer, waarbij verdachte het slachtoffer met een mes meerdere malen in de directe nabijheid van het hart stak. Het hof oordeelde dat er geen sprake was van voorbedachten rade en sprak verdachte vrij van poging tot moord. Wel werd bewezen verklaard dat verdachte zich schuldig maakte aan poging tot doodslag met voorwaardelijk opzet.
De verdediging voerde aan dat verdachte onbewust had gestoken en dat het gebruik van speed zijn toerekeningsvatbaarheid beïnvloedde. Het hof verwierp deze argumenten op basis van een deskundigenrapport waarin werd vastgesteld dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar was en dat het middelengebruik geen invloed had op het ten laste gelegde.
Bij de strafoplegging hield het hof rekening met de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn verslavingsproblematiek, de actieve rol van het slachtoffer in het conflict en de positieve ontwikkelingen in het leven van verdachte. De opgelegde straf bestond uit 6 maanden gevangenisstraf, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar, inclusief reclasseringstoezicht en de mogelijkheid tot het volgen van een Cognitieve Vaardigheidstraining (COVA).
Het hof verklaarde het mes verbeurd en wees de overige in beslag genomen kledingstukken aan verdachte toe. De vordering van de benadeelde partij tot schadevergoeding werd niet toegewezen omdat hij zich in hoger beroep niet opnieuw had gevoegd.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van poging tot moord en veroordeeld tot 6 maanden gevangenisstraf voor poging tot doodslag, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met reclasseringstoezicht.