ECLI:NL:GHLEE:2011:BQ3041
Gerechtshof Leeuwarden
- Hoger beroep
- R.A. Zuidema
- W. Breemhaar
- M.C.D. Boon-Niks
- Rechtspraak.nl
Veroordeling werkgever tot compensatie werknemers na beëindiging premiespaarregeling
In deze zaak stond centraal of de werkgever de werknemers voldoende had gecompenseerd na het vervallen van de koffie- en kledinggeldvergoeding en de beëindiging van de premiespaarregeling. De werknemers, vertegenwoordigd door CNV en FNV, stelden dat zij onvoldoende gecompenseerd waren, terwijl de werkgever meende dat de compensatie via een bedrijfsparticipatieregeling en andere fiscale voordelen toereikend was.
Het hof overwoog dat de koffie- en kledinggeldvergoeding als verkapt loon moest worden beschouwd en dat de werkgever verplicht was een financiële compensatie te bieden vanaf 1 januari 2003, gelijk aan een kostenpost van € 525,00 per werknemer per jaar inclusief werkgeverslasten. De door de werkgever geboden bedrijfsparticipatieregeling werd niet als gelijkwaardig aan de premiespaarregeling erkend, mede omdat deelname voor productiemedewerkers vrijwel onmogelijk was.
Het hof veroordeelde de werkgever om binnen twee maanden na betekening van het arrest aan de betreffende werknemers jaarlijks een netto vergoeding te betalen die overeenkomt met genoemde kostenpost. Tevens werd een dwangsom opgelegd voor het geval de werkgever niet aan deze veroordeling voldoet. De proceskosten werden ieder voor eigen rekening gelaten.
Uitkomst: Werkgever wordt veroordeeld tot het jaarlijks betalen van een netto vergoeding van € 525,00 aan werknemers als compensatie vanaf 1 januari 2003.